Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Aardewerk uit de vroegste tijd

Het mooiste oud-Egyptische aardewerk stamt misschien wel uit de vroegste periodes, toen er nog geen pottenbakkersschijven waren. De voorwerpen werden bijgezet in graven: potten, vazen en kommen in allerlei vormen en maten. Het waren attributen om de dode van voedsel en drank te voorzien met het oog op zijn of haar voortbestaan in het hiernamaals. Dat behoorde tot de begrafenisrituelen in de predynastische tijd, en ook tijdens de faraonische dynastieën daarna.

Handgemaakt

Het Egyptische aardewerk uit de predynastische periode is met de hand gemaakt. Soms werden potten gevormd in een mand of een zak. Het pottenbakkerswiel werd in het Oude Rijk (2543-2120 v.Chr.) geïntroduceerd: een kleine ronde draaischijf die met de hand werd aangedreven op een verticale, schachtvormige spil. Pas tijdens de 18de dynastie (vanaf 1539 v.Chr.) verscheen er een draaitafel die met de voet in gang kon worden gezet.

Slanke kruik

De hoge slanke kruik (eerste afbeelding) uit de Negada-cultuur (3500 v.Chr., 36 centimeter hoog) is donkerrood met een zwarte rand en gemaakt van rivierklei. Het is een vette klei die makkelijk in een vorm kan worden gekneed. In vochtige toestand is hij donkergrijs, in droge vorm lichtgrijs, en door het bakken wordt hij bruin tot rood. De wanden van de eerste Negada-vazen zijn opvallend dun en glanzend gepolijst, zoals bij deze. De hals is glanzend zwart gemaakt door de vaas in het laatste stadium van het bakproces op z’n kop te zetten in de hete as. Daardoor verkleurde de hals van rood naar zwart. De zwarte rand werd vervolgens spiegelglad gepolijst.

Bolle pot

Soortgelijk rood aardewerk met een zwarte rand is gevonden in graven uit een latere fase van de Negada-cultuur. Alleen de vormen zijn anders: bolle vazen die naar onderen spits toelopen. Een voorbeeld daarvan zien we op de tweede afbeelding: een tamelijk lage vaas van beige-geel aardewerk (15 centimeter hoog) met rood geschilderde decoraties. De grondstof voor dit soort vazen is woestijnklei, een kleisoort die in tegenstelling tot de rivierklei weinig ijzeroxide en andere organische mengsels bevat. In vochtige toestand is hij grijsbruin; bij het bakken wordt hij beige-geel. Tot op de dag van vandaag worden er nog woestijnkleilagen ontgonnen bij de dorpen Ballas en Kenna, waar de grootste pottenbakkerscentra van Egypte zijn gevestigd.

Bergen en struisvogels

De lichtgekleurde pot is beschilderd met rode bergen en struisvogels. Andere exemplaren zijn versierd met water, schepen, planten, antilopen en mensen. Soms werden kostbare steensoorten nagebootst met geschilderde steenstructuren.

Thema 7: kunst in het oude Egypte | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: