Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Reliëfs uit paleizen

In de 9de eeuw v.Chr. werd Assyrië een machtig rijk, waartoe grote delen van het Nabije Oosten behoorden. Pas in 612 v.Chr. werd dit rijk verslagen door een monsterverbond van verschillende volken. De activiteiten van Assyrische koningen werden vastgelegd op reliëfs. Dit reliëf komt uit Nimrud in Noord-Irak en maakte deel uit van een serie over de veldtocht van koning Tiglat-pileser III (745-727 v.Chr.) in Arabië. De zetelende koning draagt een lang gewaad en een hoge kroon. Hij beslist over het lot van een gevangene. In zijn rechterhand heeft hij een staf, links een lotusbloem, een symbool van leven. Ook het andere reliëf behoorde tot een serie, ditmaal over een campagne tegen het vijandige buurvolk van de Meden. Twee Assyrische soldaten vallen aan, bewapend met speer, zwaard en schild. Hun tegenstander delft het onderspit. De Assyrische soldaten zijn groter afgebeeld dan hun tegenstander, als teken van superioriteit.

In de 9de eeuw v.Chr. groeide Assyrië opnieuw uit tot een machtig rijk, dat middels militaire campagnes grote delen van het Nabije Oosten onder haar bestuur bracht. Een duistere periode van zwakte en verval, die begon in de vroege 12de eeuw en voortduurde in de 10de eeuw v.Chr., kwam hiermee tot een einde. Eeuwenlang domineerde dit Nieuw-Assyrische rijk het politieke toneel, totdat Assyrië in 612 v.Chr. (de val van Nineveh) onder de voet gelopen werd door een monsterverbond van Babyloniërs, Meden en Scythen.

De activiteiten van grote koningen als Assur-nasirpal, Sargon, Tiglat-pileser en Sanherib zijn tot in detail vastgelegd op de vele stenen reliëfs opgesteld in de zalen van de paleizen in Nimrud (het oude Kalhu), Khorsabad (Dur-Sharrukin) en Kynjik (Nineveh). Naast voorstellingen van de koning bij de jacht of in gezelschap van goden, tonen de reliëfs vooral de grote militaire successen: veldtochten en veroveringen, belegeringen en verwoestingen zijn veelvuldig voorkomende thema’s.

De sculpturen zijn in de vorige eeuw opgegraven en nadien over musea en privé-collecties in de gehele wereld verspreid geraakt. De grootste verzameling bevindt zich in het British Museum in Londen. Het hiernaast getoonde reliëf werd, met meer dan honderd anderen, in 1847 door Austen Henry Layard gevonden in het centrale paleis van Nimrud in Noord-Irak. Het Rijksmuseum van Oudheden verwierf het stuk begin jaren dertig van de vorige eeuw. Het is afkomstig uit de het bezit van de Engelse familie Mocatta, die nauw bevriend was met Layard en die dit reliëf van hem ten geschenke had gekregen.

Het reliëf maakte oorspronkelijk deel uit van een serie van dergelijke sculpturen, die de veldtocht van 743-740 v.Chr. van koning Tiglat-pileser III (745-727 v.Chr.) in Syrië en Palestina afbeelden. Helaas is dit object niet compleet: het behoort toe aan een grotere voorstelling die evenwel verloren is gegaan. Layards veldtekeningen (nu in het British Museum) laten echter een gedetailleerde reconstructie toe. De koning is gezeten op een troon en beslist over het lot van een aan hem voorgeleide gevangene. De koning is gekleed in een tot op de enkels reikend gewaad met korte mouwen, versierd langs de zomen, en draagt een hoge, afgeplatte kroon met een oprijzende punt. Aan zijn polsen draagt hij een armband. In de opgeheven rechterhand houdt de koning een staf vast, in zijn linkerhand een bloem. De ongeschoeide voeten rusten op een klein, vierkant platform. De hoge troon toont fraai bewerkte poten en spijlen. Op de zetel ligt een doek met franjes. Ook de rugleuning lijkt met een dergelijk doek bedekt te zijn.

Op Layards tekening staat voor de koning een hoge ambtenaar of officier, die, met de linkerhand rustend op zijn zwaard en de rechterhand opgeheven, een op de knieën liggende gevangene aan de koning voorleidt. De koning raakt met zijn staf het hoofd van de gevangene aan en lijkt deze gratie te verlenen: in de linkerhand houdt de koning een lotusbloem vast, het symbool van leven. Achter de troon staat de Bewaarder van de Koninklijke Boog, met de boog in de linkerhand en een knots in de rechterhand. Het reliëf toont, achter de zitting van de troon, nog net deze rechterhand en de knotskop.

Het tweede reliëf werd eveneens door Layard in Tiglat-pileser’s paleis in Nimrud gevonden, als onderdeel van een serie van wandreliëfs. Ook dit stuk blijkt een fragment van een groter reliëf te zijn, dat in haar geheel slechts bekend is van Layards tekeningen. De serie reliëfs begint met voorstellingen van de tweede militaire strafexpeditie in Babylonië, maar gaat vervolgens over in strijdtonelen, waaronder dit object, die zich in een geheel ander gebied afspelen. Zeer waarschijnlijk gaat het hier om voorstellingen van Tiglat-pilesers campagne tegen de Meden, een vijandige buurvolk van Assyrië dat herhaaldelijk de aandacht van de koning opeiste.

Het reliëf toont twee Assyrische soldaten in de aanval. De soldaten hebben kort, golvend haar en puntige baarden. Zij dragen een kort tuniek met versierde zoom, een brede gordel om het midden, een schouderriem voor het zwaard en, tenslotte, een helm met oorbeschermers en een naar voren omgeslagen verentooi. Hun bewapening bestaat uit een speer (gericht op de vijand), een kort zwaard hangend aan de schouderriem en een groot rond schild. Beide soldaten leggen aan op een door de knieën zakkende tegenstander van onbekende nationaliteit, wiens bewapening sterk lijkt op die van de Assyriërs: wederom een speer, een rondschild en een zwaard. Het zwaard zelf is weliswaar niet zichtbaar, maar de zwaardriem is duidelijk aangegeven op de rechterschouder.

De man heeft het hoofd gekeerd naar zijn aanvallers en leunt op zijn speer. De gevallen soldaat heeft een gepunt baardje en draagt een kort, omzoomd gewaad, met om het middel een gordel bestaande uit een aantal banden. De man heeft een spits toelopende helm die in een kleine pluim lijkt te eindigen. Net als het reliëf met de koning op de troon, is ook dit stuk met grote aandacht en gevoel voor details vervaardigd: let op de zorgvuldige weergave van de baarden en het haar, of op de aanduiding van de been- en armspieren van de soldaten. Kenmerkend voor dit soort strijdtonelen is ook dat de Assyrische soldaten veel groter en gespierder zijn afgebeeld dan hun gevallen tegenstander. Dit disproportionele karakter diende ter aanduiding van de Assyrische superioriteit en militaire kracht.

In de rechter boven- en benedenhoek van het object zijn vagelijk nog sporen van reliëf te zien. Wederom leunend op Layards tekeningen blijkt het hier te gaan om delen van de bogen, armen en voeten van een tweetal boogschutters, die achter de beide soldaten met de speren staan. De boogschutters richten hun pijlen op een gier in de vlucht, met in zijn snavel en klauwen menselijke ingewanden.

De voorwerpen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: