Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Grafsteen uit Palmyra

Hier afgebeeld is een kenmerkende stenen vrouwenbuste die afkomstig is uit een graftombe in Palmyra, een handelsstad midden in de Syrische woestijn, die in de Romeinse keizertijd tot grote bloei kwam en uiteindelijk ten onder ging als gevolg van haar hoge ambities.

Deze kalkstenen buste van een vrouw, afkomstig uit Palmyra in het huidige Syrië, is zeer goed bewaard gebleven. Aan de rechterzijde van de vrouw is een klein kind weergegeven, haar dochtertje. Aan de kleding is te zien dat het om een welgestelde dame gaat. Over haar hoofd draagt ze een sluier, die ze met de linkerhand vasthoudt. De rechterhand steekt net onder de borst uit het gewaad. De vrouw is gekleed in een chiton en overkleed, met sterk gestileerde plooien. Links boven de borst draagt ze een rozetvormige broche, om de hals een gouden ketting met hanger en aan de handen drie blauwe ringen. De kleuren van de sieraden kennen we doordat er nog verfresten van de oorspronkelijke beschildering op het beeld aanwezig zijn. Verder heeft ze nog een diadeem in haar haren en draagt ze sierlijke oorhangers.

Achter de buste is een doek opgehangen aan palmtakken. Het dochtertje, gekleed in een lang gewaad, draagt een halssnoer en hangers in haar oren. In haar handen heeft ze bloemen of druiven. In twee Aramese inscripties op de buste staan de namen van moeder en dochter vermeld: “Aqimat, helaas! de dochter van Wahbi” en “Helaas! de dochter van Jehiba, Shalmat”. Onder haar linkerarm houdt het dochtertje een schrijftafeltje, waar nogmaals “Helaas!” op staat. De buste dateert uit het eerste kwart van de 3de eeuw na Chr., de periode waarin de stad Palmyra het toppunt van zijn bloei beleefde.

Palmyra is begonnen als kleine oase midden in de Syrische woestijn. De nederzetting, die toen nog Tadmor heette, gaat terug tot het eind van het 3de millennium v.Chr. Toen de Romeinse macht zich in de 1ste eeuw v.Chr. uitbreidde naar het oosten, werd Palmyra langzamerhand welvarender. De stad lag in die tijd tussen twee grote machten in: in het westen lag de Romeinse provincie Syria en in het oosten lag het Parthische rijk. Aan het begin van de Romeinse keizertijd kwam Palmyra onder Romeinse controle.

Palmyra dankte haar grote bloei aan haar bijzondere ligging, waardoor het een centrum werd voor de karavaanhandel. Voor de Romeinen was het de poort naar het oosten. Er werden luxueuze goederen uit verre landen verhandeld, zoals parels uit de Perzische Golf, specerijen uit India, zelfs zijde uit China en nog veel meer. Alles draaide om handel en binnen korte tijd werd Palmyra een zeer welvarende stad. De aanzienlijke families toonden hun rijkdom door grote, spectaculaire bouwwerken, grafmonumenten en sculpturen te financieren, zoals de grote tempel van Bal. Ook tegenwoordig nog zijn de resten van de stad zeer indrukwekkend.

Ook de begraafplaatsen toonden duidelijk de rijkdom van de stad. Typisch voor Palmyra zijn de grote vierkante graftorens, waarin zeer vele doden tegelijk konden worden bijgezet. In de loop van de Romeinse keizertijd ontstond een andere manier van begraven, namelijk de grafhuizen en de hypogaea (ondergrondse grafkamers). De doden werden daarin horizontaal bijgezet in nissen, die aan de voorzijde werden afgesloten met een gebeeldhouwde sluitsteen met daarop een buste van de dode, soms vergezeld van een kind. Deze bustes, waarvan de hier afgebeelde een voorbeeld is, zijn heel kenmerkend en daardoor goed te dateren.

Hoewel Palmyra officieel tot het Romeinse Rijk behoorde, was de stad tamelijk zelfstandig met een eigen bestuur. In de loop van de 3de eeuw na Chr. begon de algemene situatie in het Romeinse Rijk langzamerhand te verslechteren. Tevens kwam in die tijd het rijk van de Parthen ten val, dat werd opgevolgd door de Perzische Sassaniden. Palmyra greep haar kans om haar gebied uit te breiden. Koning Septimius Odaenathus versloeg rond 260 na Chr. met hulp van de Romeinen de Perzische koning Sahpur I. Hij werd echter een paar jaar later vermoord. Zijn weduwe, de legendarische koningin Zenobia (268-272 na Chr.), kwam daarna op de troon als regentes voor haar zoon Vaballathus. Zij wist Palmyra uit te breiden tot een waar keizerrijk, dat geheel Syrië, Mesopotamië, Beneden-Egypte en grote delen van Klein-Azië omvatte. De Romeinen beschouwden haar echter als een bedreiging waar tegen opgetreden moest worden. In 272 na Chr. werd Palmyra verslagen door keizer Aurelianus en Zenobia werd gevangen genomen. Korte tijd later verwoestte Aurelianus de stad na een opstand van de Palmyreners. Daarna was het definitief gedaan met de bloei van Palmyra.

De voorwerpen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: