Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Terracotta huismodel

Lange tijd komen in het oude Nabije Oosten miniatuur-afbeeldingen van huizen voor. Dit model, nu vierkant, was oorspronkelijk getrapt en telde twee verdiepingen. Opvallend zijn de in appliqué-techniek aangebrachte wandversieringen van knoppen, vogels en stieren. Dit soort modellen waren waarschijnlijk cultus-voorwerpen en dienden als altaartjes voor huisoffers zoals brood en wierook. Die konden op maar ook in het model staan. De modellen zijn ook interessant voor de informatie die ze bevatten over huizenbouw in de Oudheid.

Behalve de vele kleifiguurtjes van mensen, dieren en goden, hadden ook driedimensionale modellen van huizen en tempels een wijde verspreiding in het oude Nabije Oosten. Complete of fragmentarische modellen werden gevonden bij opgravingen in Anatolië, Palestina, Syrië, Irak en Iran, en ook elders, in streken aangrenzend aan het Nabije Oosten, zoals Egypte en Pakistan. Dergelijke miniatuurmodellen zijn ook niet beperkt tot een bepaalde periode, maar werden door de eeuwen heen vervaardigd in een grote variëteit van vorm en afmeting. De vroegste voorstellingen van gebouwen stammen uit het late Neolithicum. Een model van een klein rond huis met deur en ramen uit Jericho en een stenen hanger, in de vorm van een huis met een zadeldak, uit circa 4900 v.Chr. zijn bekend uit Arpachiyah in Noord-Irak.

Het hier getoonde terracotta huismodel is grof gemodelleerd en min of meer vierkant van vorm. Oorspronkelijk had dit miniatuurgebouw geen vierkante maar een langwerpige, uitgesproken getrapte vorm, waarbij de benedenverdieping twee kamers naast elkaar omvatte, en de bovenverdieping slechts een enkele kamer, geplaatst op de achterkamer van de benedenverdieping. De aanzetten van de wanden van de afgebroken voorkamer zijn duidelijk zichtbaar. Het model in de huidige toestand toont de achterste twee verdiepingen, beide met een deuropening aan de voorzijde. Ramen zijn uitsluitend aangebracht in de wanden van de benedenverdieping. Het dak is vlak. De benedenverdieping heeft geen vloer. Er is er wel een tussen beneden- en bovenverdieping.

Opvallend is de versiering in aan de buitenwanden van de bovenverdieping. De voorzijde toont een patroon van bolvormige knoppen, in rijen geordend. Aan weerszijden van de deur zijn gestileerde vogels weergegeven, terwijl aan de bovenzijde twee rammen of stieren tegenover elkaar lijken te zijn geplaatst. De versiering van de zijwanden lijkt op die van de voorzijde, maar de decoratie wordt hier aan de onderzijde afgesloten door een rij vogels. Die zijn in paren tegen elkaar geplaatst op een richel in reliëf. Aan de achterzijde ontbreken ze, terwijl de knoppen hier ook gegroepeerd zijn in een soort eierlijsten. Op een aantal plaatsen zijn de knoppen en vogels afgebroken, maar nog steeds in negatief zichtbaar.

Waarschijnlijkheid stamt dit model uit noord-Syrië en dateert het in het late tweede millennium v.Chr. De afmetingen, de eenvoudige afwerking, de getrapte vormgeving en de decoratie van dit model doen sterk denken aan miniatuurhuizen gevonden die bij opgravingen te Emar-Meskene aan de Eufraat zijn gevonden in bewoningslagen uit de 14de en 13de eeuw v.Chr. Een tweede parallel biedt een huismodel uit Salamiya bij Hama (West-Syrië). Niet zeker is of de fragmenten van huismodellen uit Tell Hammam et-Turkman in Noord-Syrië (circa 1800-1600 v.Chr.) eveneens aan een getrapt vorm toegeschreven moeten worden. Ook veel oudere modellen, van de Ishar-tempel van Assur uit rond 2680 v.Chr., laten getrapte vormen en details met vogels zien, slangen en leeuwen zien.

De precieze functie en betekenis van de architectuurmodellen is onbekend. Het waarschijnlijkst is dat we te maken hebben met een cultusobject. De huisachtige terracotta modellen die aangetroffen werden op de vloer van het Ishtar-heiligdom in Assur dienen ongetwijfeld als altaren beschouwd te worden, bedoeld voor de plaatsing van offergaven aan de goden. Teksten en afbeeldingen geven aan dat op de bovenverdieping van dergelijke getrapte altaren offergaven zoals een ramskop of brood gedeponeerd werden, terwijl op de benedenverdieping wierookschaaltjes of planten stonden. De wanden van de altaren zijn miniatuur-imitaties van tempelfaçades. Net als bij ons huismodel ontbreekt bij deze terracotta altaren een vloer. De reden daarvoor is dat de altaren geplaatst werden over op de grond staande wierookschalen. De openingen in de wand zorgden voor een circulatie en verspreiding van de geur.

Met de nodige voorzichtigheid zou men kunnen stellen dat ook dit huismodel en de vergelijkbare miniatuur-gebouwen van Emar-Meskene en Salamiye oorspronkelijk een rol als altaar vervulden Dat deze modellen als cultus-objecten beschouwd moeten worden blijkt mogelijk ook uit de versiering van de buitenwanden met voorstellingen van vogels en (in Emar-Meskene) naakte vrouwen. Over de vogels wordt wel gezegd dat het duiven zijn, symbolen van de godin Ishtar, terwijl de vrouwvoorstellingen misschien Ishtar zelf zijn.

Opmerkelijk blijft dat de modellen van Emar-Meskene niet in een heiligdom werden aangetroffen, maar uitsluitend in woonhuizen. Gedurende vijf opgravingscampagnes werden fragmenten van tenminste dertig van dergelijke modellen gevonden. In bijna elk huis bleken een of meer fragmenten van een miniatuur-gebouw aanwezig te zijn. Het bezit van een dergelijk model lijkt dus niet voorbehouden geweest te zijn aan een bepaald gebouw of aan een specifieke groep binnen de samenleving. Mogelijk moeten we deze modellen als huisaltaartjes of als onderdelen van een soort van volksreligie beschouwen. De vormgeving en decoratie van de diverse huismodellen van Emar-Meskene suggereren dat ze bedoeld waren om van een zijde gezien te worden. Dat maakt het aannemelijk dat de modellen een vaste plaats in de woonhuizen hadden. Daarvoor pleiten ook het formaat en het gewicht van de modellen.

De huismodellen zijn voor archeologen ook op een geheel ander van vlak van nut: ze kunnen een bijdrage leveren aan het verkrijgen van een beter begrip van de architectuur uit de oudheid. De bij opgravingen blootgelegde huisresten zijn meestal maar beperkt bewaard aan en geven nauwelijks uitsluitsel over een mogelijke bovenverdieping, al zijn wel her en der aanwijzingen gevonden. De modellen suggereren echter dat veel van de huizen uit de Bronstijd inderdaad een tweede verdieping hadden. De vraag blijft natuurlijk of deze modellen werkelijk als een soort maquette, als een verkleinde weergave van de werkelijkheid, beschouwd kunnen worden, of dat hun vorm was aangepast – en daarmee verwijderd van de werkelijkheid – aan hun eigenlijke gebruik in een cultus.

De voorwerpen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: