Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Attisch grafreliëf

Dit grafreliëf, dat beschouwd wordt als het belangrijkste stuk vijfde-eeuwse Attische sculptuur in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden, wordt bekroond door een fronton (driehoekige gevel). Rechts in het beeldvlak zien we een jonge vrouw, gezeten op een luxe stoel met rugleuning (klismos). In perspectief is een achterpoot van de stoel weergegeven: een unicum in dit genre beeldhouwwerk. De vrouw zit naar links gekeerd. Haar lichaam is en trois-quart afgebeeld, haar hoofd en profil. Ze draagt een chiton van licht materiaal en daarover een mantel, een zogenaamde himation. Het haar, met daarin een band, is opgestoken. Aan haar voeten draagt de vrouw sandalen met dunne zolen. De voeten rusten op een voetenbankje, dat schuin in het beeldvlak geplaatst is.

De vrouw strekt haar onderarmen uit naar een naakt kindje. Het kind, dat met een arm naar de zittende vrouw reikt, wordt vastgehouden door een staande, jonge vrouw, links in het beeldvlak. Het haar van deze vrouw is kort opgeknipt en ze draagt een chiton met gordel en een overkleed. De uitdrukking op de gezichten van de vrouwen is ingetogen, bijna sereen. Zeer waarschijnlijk is de zittende vrouw de moeder van het kind en de staande vrouw, die het kindje aanreikt, een dienares of een naast familielid. Vermoedelijk is de moeder gestorven in het kraambed. Voorstellingen als deze kwamen in de Griekse oudheid vaker voor op grafstèles.

Het Attische grafreliëf is redelijk goed bewaard gebleven. Alleen de rechter bovenhoek, de linker onderhoek en het hoofdje en het uitgestrekte armpje van het kind, zijn zwaar geschonden. Hetzelfde geldt voor de linkerhand van de zittende vrouw. De hoofden van de vrouwen hebben slechts lichte beschadigingen. Het grafreliëf is kenmerkend voor de hoge kwaliteit die de Attische grafsculptuur in de hoog-klassieke tijd vertoont. De kunstenaars uit deze periode zijn voor het eerst in staat het gevoelsleven van hun figuren uit te drukken. Zij doen dit op een sobere, ingetogen en daardoor des te meer ontroerende wijze. De bewerking van de plooien van de gewaden, het haar en de gezichten op het grafreliëf doen sterk denken aan de sculpturen van het Parthenon, de bekendste tempel op de Akropolis in Athene. Dit reliëf wordt doorgaans iets later gedateerd.

Het is opvallend dat er vaak sterke overeenkomsten zichtbaar zijn tussen de voorstellingen op klassieke grafstèles en de beeldhouwwerken op de Akropolis. Sommige geleerden zijn van mening dat de beeldhouwers die verantwoordelijk waren voor de sculpturen op de Akropolis (de school van Pheidias), zich na de voltooiing van deze werken, zijn gaan richten op het vervaardigen van grafstèles, aangezien deze grafmonumenten – na een tijdlang afwezig te zijn geweest – in het derde kwart van de vijfde eeuw v. Chr. een nieuwe impuls krijgen. Dit zou tevens de uitzonderlijk hoge kwaliteit van sommige klassieke stèles kunnen verklaren. We weten echter niet of deze theorie juist is; schriftelijke bronnen bewijzen niets. Hierdoor blijven de beeldhouwers van de stèles tot op de dag van vandaag anoniem voor ons. Een grafreliëf met het afscheid van een krijger,dat eveneens in het Rijksmuseum van Oudheden te bezichtigen is, werd ongeveer in dezelfde tijd vervaardigd als dit grafreliëf en vertoont duidelijk stilistische overeenkomsten.

Het grafreliëf is een erfenis van A.A. des Tombe, die stierf in 1902. Des Tombe, afkomstig uit Den Haag, ontving het stuk in 1883 of kort daarvoor van Baronesse van Heemstra. Het reliëf is afkomstig uit het landhuis Den Elsbroek bij Lisse. Toen dit huis in 1870 werd gesloopt, trof Des Tombe het grafreliëf aan tussen het bouwafval dat gebruikt werd voor de oprijlaan van het nabijgelegen Huis Ter Leede. Het landhuis Den Elsbroek, waarvan het bouwpuin afkomstig was, had vanaf de bouw in circa 1640 toebehoord aan de Amsterdamse verzamelaarsfamilie Six. Een van de grootste verzamelaars van antiquiteiten uit de zeventiende eeuw was Jan Six, wiens collectie in 1702 werd geveild. Uit inventarissen is bekend, dat vier antieke laagreliëfs uit zijn collectie op het terrein buiten Den Elsbroek stonden opgesteld. Het is waarschijnlijk dat de hier besproken grafstèle in een muur was ingemetseld. Bedekt met verf kan het stuk gemakkelijk zijn aangezien voor stucversiering en op deze manier beland zijn tussen het bouwpuin.

In december 1883 ontving het Rijksmuseum van Oudheden door tussenkomst van Victor de Steurs een afgietsel van de stèle. De verflaag die het origineel bedekte, liet Des Tombe verwijderen. Enkele gele vlekken in het werk zijn naar alle waarschijnlijkheid sporen van de lijnolie in de verf.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: