Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Amfoor: Aeneas, Persephone, Sisyphos

Op de voorkant van deze Griekse amfoor is de Trojaanse held Aeneas te zien die met zijn familie uit het brandende Troje wegvlucht. Op de achterkant is de onderwereldgodin Persephone te zien, vergezeld van Sisyphos die in de onderwereld zijn eeuwigdurende straf moest ondergaan. Deze zwartfigurige amfoor is gevonden in de Etruskische stad Vulci in Italië en in 1839 aangekocht door het Rijksmuseum van Oudheden. De vaas is tussen 510 en 500 v. Chr. gemaakt in Attika, de omgeving van Athene, en van daaruit geëxporteerd naar het woongebied van de Etrusken.

Aan de voorzijde van deze amfoor is de vlucht van de Trojaanse held Aeneas met zijn familie uit het brandende Troje weergegeven, een van de beroemdste scènes uit het leven van Aeneas. Met zijn rechterhand steunt hij zijn vader Anchises, die op zijn rug zit. Als wapens heeft Aeneas een helm, lans en beenkappen. Ook Anchises draagt een lans. Voor Aeneas uit loopt zijn echtgenote Kreousa; zij kijkt bezorgd achterom en legt beschermend een hand op het hoofd van een van haar zoontjes. Volgens de overlevering verdwaalde zij in het brandende Troje en reisde Aeneas zonder haar naar Italië. Aeneas zoontje draagt de naam Askanios. In Italië neemt hij de naam Iulus aan en vormt zo de verbinding met de latere Romeinse keizers uit het geslacht der Iulii. Zij beweerden namelijk dat ze afstamden van Aeneas en via hem van Aphrodite. Volgens sommige varianten van het Aeneas-verhaal had Aeneas meerdere kinderen. Op deze amfoor zijn twee jongens afgebeeld: een dicht bij zijn moeder, de andere achter zijn vader en grootvader aanhollend. De Romeinse schrijver Vergilius heeft het hele verhaal van de tocht van Aeneas naar Italië opgeschreven in een lang episch gedicht, de Aeneis.

Op de keerzijde van de amfoor staat een scène uit de onderwereld afgebeeld, namelijk de godin van de onderwereld, Persephone, en Sisyphos die in de onderwereld zijn eeuwigdurende straf ondergaat voor zijn slechte gedrag tijdens zijn leven. Persephone was de dochter van vruchtbaarheidsgodin Demeter. Ze werd ontvoerd door Hades, de god van de onderwereld, en meegenomen naar zijn rijk. Moeder Demeter dwaalde lange tijd zoekend rond, tot zij van Zeus vernam waar haar dochter zich bevond. Demeter wilde haar terug hebben, maar Persephone had inmiddels reeds voedsel van de onderwereld gegeten, een granaatappel, en kon daardoor niet meer een aards bestaan leiden. Er werd een compromis gevonden tussen moeder en minnaar: voor een gedeelte van het jaar kon Persephone terugkeren naar de aarde, terwijl ze de herfst en winter in de onderwereld bij haar echtgenoot moest doorbrengen. Zo verklaarden de Grieken de wisseling van de seizoenen: in de blije periode van lente en zomer laten moeder en dochter de natuur groeien en bloeien, terwijl het leven afsterft in de herfst en winter, wanneer Persephone in de onderwereld moet verblijven en haar moeder treurt. Op deze amfoor is Persephone zittend op een klapstoeltje afgebeeld, met enkele korenaren in haar hand. Het paleis van de onderwereld wordt weergegeven door een Dorische zuil met daarop een architraaf.

In het gezelschap van Persephone bevindt zich Sisyphos, die hier een eeuwige straf ondergaat. Sisyphos was koning van Korinthe en erkende god noch gebod: hij beroofde gasten en reizigers en hij was bovendien een verrader. Toen de Dood hem kwam halen, wist hij zelfs deze in de boeien te slaan en zelf voort te leven. Nergens ter wereld konden mensen meer overlijden, totdat Hades, de god van de onderwereld, persoonlijk de Dood bevrijdde en Sisyphos meenam naar de onderwereld. Als straf moest de hoogmoedige koning voor eeuwig een rotsblok omhoog duwen. Telkens wanneer de top van de berg bereikt was, rolde de steen in volle vaart weer naar beneden en begon het zwoegen opnieuw.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: