Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Dolk en sikkelvormige werktuigen

Ondanks dat het brons al lang zijn intrede had gedaan, bleef vuursteen nog lang in gebruik. Brons was zeldzaam, kostbaar en werd voornamelijk toegepast voor wapens, sieraden en de belangrijkste gereedschappen.

Hoe zeldzaam en kostbaar brons was, kan goed gellustreerd worden met het verschijnsel van de vuurstenen dolken. Aan het eind van het neolithicum komen de eerste koperen en bronzen dolkjes in ons land. Al vrij snel zien we dat er imitaties van worden gemaakt in vuursteen. Het vuursteen waaruit ze gemaakt zijn moet van een zeer goede kwaliteit zijn. De vuursteenmijnen in Limburg waren inmiddels buiten gebruik geraakt, zodat voor goede vuursteen over de huidige landsgrenzen gekeken moest worden. Deze vuurstenen dolken werden niet in Nederland zelf vervaardigd, maar kwamen uit Noord-Duitsland en Denemarken. De dolken werden steeds geraffineerder gemaakt en getuigen van een groot vakmanschap van de maker. De overeenkomsten met metalen voorbeelden is vaak treffend.

Het idee van imitatie heeft ook lang een belangrijke rol gespeeld bij de functiebepaling van vuurstenen ‘sikkels’. In 1932 of enige jaren daarvoor, werd bij Heiloo in Noord-Holland een depot gevonden dat bestond uit een bronzen sikkel en vier sikkelvormige voorwerpen van vuursteen. Het samen voorkomen van deze voorwerpen en hun overeenkomst in vorm leken een schoolvoorbeeld van directe imitatie. Deze sikkels hadden een uitermate glanzend oppervlak dat sterk deed denken aan vuurstenen voorwerpen die voor het oogsten van graan waren gebruikt. De conclusie lag dan ook voor de hand dat deze sikkels ook hadden gediend voor de graanoogst. Toch waren er archeologen die hieraan twijfelden, want de ‘sikkels’ waren nogal dik en leken dan ook niet erg geschikt voor het snijden van graan. Ook het gebied waar ze gevonden waren, de natte delen van West- en Noord-Nederland, leek daar niet op te wijzen. Die natte gebieden stonden er nu juist niet om bekend dat ze zo geschikt waren voor de graanverbouw. Maar hoe kon je dat nu vaststellen?

In de jaren zeventig ontdekten Amerikaanse archeologen dat als je de werkkanten van vuurstenen werktuigen onder een microscoop bekeek, een glanzend oppervlak zichtbaar was. Nog verrassender was dat er tussen de werktuigen onderling verschillende soorten glans waarneembaar waren. Mogelijk zouden die verschillen veroorzaakt kunnen zijn door andersoortige activiteiten. Om dit vast te stellen werd een groot aantal experimenten uitgevoerd. Met vuurstenen werktuigen werd vlees gesneden, hout bewerkt, bot gezaagd en graan geoogst. Bij vergelijking onder de microscoop bleek dat er inderdaad verschillende soorten glans zichtbaar waren en dat deze identiek was met glans op sommige prehistorische werktuigen. De glans kon dus iets vertellen over wat er in het verleden met een werktuig was gedaan. Op identieke wijze zijn ook de ‘sikkels’ onderzocht. De glans bleek in het geheel niet overeen te stemmen met glans die ontstaat bij het oogsten van graan. Waar zouden ze dan wel voor gebruikt kunnen zijn?

Een serie experimenten waarbij allerlei veronderstelde functies werden nagebootst, bracht uitkomst. Het bleek dat de glans die ontstond bij het snijden van plaggen het meest leek op die van de prehistorische voorbeelden. Bij deze interpretatie sloot ook goed de waarneming aan dat de ‘sikkels’ alleen in natte gebieden waren gevonden. In die gebieden groeiden nauwelijks tot geen bomen, in ieder geval geen grote bomen die geschikt bouwhout leverden. Bouwhout werd in de bronstijd dan ook gemporteerd. Het is dan niet verwonderlijk dat de huizen in deze streken grotendeels opgebouwd werden uit plaggen. De ‘sikkels’ zijn dan zeer waarschijnlijk voor het snijden van deze plaggen gebruikt.

Nederland in de Prehistorie | Relevante voorwerpen

Alle topstukken

Bezoek ons: