Verslag Steentijddag 2012
-- U kunt dit verslag onderaan de pagina ook als pdf downloaden --
De tweeëntwintigste steentijddag: resumé
Op zaterdag 4 februari vond in Leiden de tweeëntwintigste steentijddag plaats, georganiseerd door de werkgroep ‘steentijddag' en het Rijksmuseum van Oudheden. Wederom was het Lipsius gebouw van de Universiteit de locatie waar het elk jaar groeiende aantal deelnemers zich verzamelde. Ditmaal werd de tocht naar Leiden opgeluisterd door een mooie deken van sneeuw, die helaas voor veel mensen een reden was om van de reis af te zien en voor anderen een onoverkomelijk struikelblok vormde waardoor men laat of helemaal niet in Leiden aankwam. Er is mij een dapper verhaal bekend van een vuursteensmid uit het oosten die maar liefst veertien uur onderweg is geweest (heen en terug), zonder Leiden te halen....
Dat staat wat mij betreft wél symbool voor de populariteit van deze dag bij steentijdliefhebbers all-round; professional, amateur, academicus, commercieel archeoloog of leek. De 230 voorinschrijvingen onderschreven dit en met uiteindelijk 205 mensen in de zaal was deze zonder de acties van koning winter (en haar compaan de NS) wellicht echt te klein geweest.
Een blik in het programma
Het programma was wederom divers en chronologisch van opzet, waarbij veel verschillende facetten van de hedendaagse archeologie-beoefening aan bod kwamen. De commerciële tak werd vertegenwoordig door Patrick Ploegaert die namens BOOR een mooi verhaal vertelde over de inmiddels oudste graven van ons land: Mesolithische crematiebegravingen op een rivierduin nabij Rotterdam. In de middag volgde Jeroen Flamman van Vestigia hem met een bespiegeling over de manier waarop we tegenwoordig steentijdvindplaatsen opgraven en hoe de huidige kennis aanwezig hopelijk in de toekomst leidt tot een aantal best practices. Zoals uit het verhaal bleek is Steentijd opgraven niet eenvoudig...
Steentijd vinden is dat evenmin. Dat bevestigde de bijdrage van Verpoorte (UL) en Buschers et al. De spectaculaire vondsten van vuurstenen werktuigen uit een zandwinlocatie te Woerden en op een diepte van 36 meter behoren wellicht tot de oudste van ons land, maar vooralsnog zijn ze moeilijk chronostratigrafisch te plaatsen. De verwachtingen zijn evenwel dat de ouderdom van deze artefacten in de toekomst door dateringen onderbouwt kan worden. Het geeft in ieder geval aan dat er zich ook in het natte westen af en toe diepe kijkgaten in de bodem bevinden voor ons oudste verleden. Uit het verhaal spreekt ook de rol van amateurs en enthousiastelingen die tijd en moeite investeren in het zoeken en registreren van vondsten en het monitoren van dit soort plekken. Dat sprak ook uit het verhaal van Leo Verhart (Limburgs Museum) die samen met een aantal amateur-archeologen een inventarisatie van de bijlen in het gebied tussen Venlo en Roermond uitvoerde. De resultaten leverden leuke patronen op die door toetsing op een provinciaal of hoger niveau nieuwe inzichten kunnen opleveren over het gebruik en de depositie van deze artefacten. Bovendien is dit soort inventarisatie goed geschikt om elders te worden toegepast, waardoor meer van dit soort waardevolle regionale onderzoeken plaats kunnen vinden.
De bijdrage van de amateurs kwam ook duidelijk naar voren in de presentatie van het eerste NWO-Odyssee project van de dag, ‘Terug naar de Bandkeramiek' (Van Wijk, Van de Velde en Amkreutz; Archol/UL/RMO). In dit onderzoek worden de vaak slecht toegankelijke oude opgravingen van LBK nederzettingen gecombineerd met meer recente opgravingen en amateur-onderzoeken, waardoor er een hogere resolutie ontstaat in het nederzettingspatroon en bijvoorbeeld inzicht in regionale verschillen. De bijdrage van Piet van de Velde in dit verhaal gaf nogmaals aan dat we de LBK, zeker op basis van de diversiteit in maakwijze en versiering van haar aardewerk niet als een te uniforme en rigide cultuur mogen bestempelen. Het tweede Odyssee verhaal over de Enkelgrafcultuur in de kop van Noord-Holland bevestigde zowel het moeizame proces van het ontsleutelen van oude opgravingsgegevens als ook de mooie resultaten die dat kan opleveren, zoals inzicht in de huizen die men bouwde en de voorliefde voor vogels en ‘Enkelgrafpap' in het menu van de mensen uit Keinsmerbrug. Beide onderzoeken, die worden gekenmerkt door de vele samenwerkende instanties (RMO, RCE, gemeenten, amateurs, universiteiten en commerciële bedrijven), zullen in de toekomst nog van zich laten horen (zie de websites bandkeramiek.nl en singlegrave.nl).
Wie ook van zich liet horen was de gemeente Den Haag bij monde van Peter Stokkel. Hij presenteerde aan het einde van de dag een mooi overzicht van de recente opgraving (2011) van een spectaculaire Vlaardingennederzetting op de Wateringse Binnentuinen. Hoewel de uitwerking nog moet plaatsvinden, werpt de ontdekking van een aantal nieuwe huisplattegronden, net als vorig jaar (voor de Stein-groep) te Veldhoven (lezing Kees Koot Steentijddag en Johan van Kampen 12-provincienlezing) weer meer ligt op hoe men in het Laat-Neolithicum (onder meer) woonde.
Mystery-lezingen en boekpresentaties
Behalve het vaste programma bood de steentijdag 2012 ook een aantal onverwachte elementen. Voor de lunchpauze was er een tweetal boekpresentaties. De eerste betrof een afscheidsbundel aangeboden aan Erik Lohof, uit handen van Henk van der Velde, bij zijn pensionering (als eerste commerciële archeoloog van Nederland). Het boek ‘Van graven in de prehistorie en dingen die voorbij gaan' werd uitgegeven door Sidestone Press en bevat een keur aan bijdragen. Het tweede boek betrof de bloemlezing van ‘Brabantse Broddels' door voormalig APAN-voorzitter en amateur-archeoloog Anton van de Lee. Ter vermaak van iedereen las de 75-jarige Brabantse jubilaris een van de verhalen, ‘De trut van Rut', voor uit zijn bundel. Vaste prik, en goed bezocht, was ook dit jaar wederom de boekenmarkt, met onder andere Sidestone, Barkhuis, Spa-uitgevers, de APAN en de Werkgroep Pleistocene zoogdieren als deelnemers. Aan het eind van de dag was er tenslotte nog een mystery lezing door Marcel Niekus, mede namens Wijnand van der Sanden en Jaap Beuker. Het betrof de spectaculaire en zeer vondstrijke opgraving van een Neanderthalervindplaats in Drenthe, met een inmiddels eerbiedig aantal vuistbijlen, refits en stukken Helleflint. Een waardige afsluiter van de dag en een mooie primeur voor dit evenement. De sprekers werden tenslotte bedankt met nog een mooi boek, namelijk het Festschrift voor Dick Stapert, ‘A mind set on flint'.
Op naar de 23e
De traditionele borrel in het Rijksmuseum van Oudheden, waarbij men ook de gelegenheid had de vaste opstelling ‘Archeologie van Nederland' en de tijdelijke presentatie 100.000 uur Archeologie - Verzamelen op de Veluwe te bezichtigen, vormde wederom een mooie afsluiting van de dag. Onder het genot van een drankje werd nog druk gediscussieerd voordat men de kou weer inging op weg naar auto, trein of kroeg. Nu is het weer een jaar wachten op de volgende steentijddag, maar die komt er ongetwijfeld, natuurlijk op de eerste zaterdag van februari 2013.
Luc Amkreutz
Verslag
Verslag Steentijddag 2012
download bestand







