De Hunebedden in Nederland

'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)
'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)
'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)
'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)'Hunebedden in Nederland' van A.E. van Giffen (1925-1927)
  • titel: De Hunebedden in Nederland 
  • auteur: A.E. van Giffen
  • uitgave: 1925-1927

De schrijver van deze driedelige publicatie, prof. dr. A.E. van Giffen, wordt ook wel 'de vader van de hunebedden' genoemd. Hij is een voormalige werknemer van het Rijksmuseum van Oudheden en kreeg in 1918 opdracht van de regering om alle in Nederland aanwezige hunebedden te inventariseren. Dit onderzoek resulteerde in een driedelige publicatie: twee tekstdelen en een atlas met tekeningen en foto’s van alle nog bestaande hunebedden, maar ook van exemplaren die reeds allang verdwenen waren. Deze laatste reconstrueerde hij door oudere bronnen te raadplegen.

53 hunebedden uit de Trechterbekercultuur

Op dit moment telt Nederland nog 53 hunebedden: 52 in Drenthe en 1 in Groningen. Het zijn onze oudste nog resterende, zichtbare monumenten. Ze kunnen gedateerd worden in de nieuwe steentijd en werden gemaakt door de Trechterbekercultuur (3400-2850 v.Chr.). Deze landbouwers woonden in een groot deel van Noord-Europa. Ze zijn vernoemd naar de trechtervormige potten die ze maakten.

Grafkamers onder aarden heuvels

Tegenwoordig zien we alleen nog het 'skelet' van wat eens een aarden heuvel is geweest. De enorme stenen vormen het geraamte waarvan de kieren verder werden opgevuld met kleinere stenen, waarna het geheel grotendeels met zand en zoden werd bedekt. In de hunebedden werden gedurende een langere periode meerdere overledenen bijgezet. Het zijn dus grafkamers onder een aarden heuvel.

Nog veel vragen over

Hoewel hunebedden waarschijnlijk altijd wel tot de verbeelding hebben gesproken, weten we dat reizigers en onderzoekers er pas vanaf de zestiende eeuw meer belangstelling voor kregen. Ondanks de vele studies die ernaar zijn gedaan, blijven er nog veel vragen over. Ook de prehistorische wetenschap heeft dus losse eindjes.

« klik op de foto's voor een vergroting


Nieuwsgierig geworden naar het boek? Kom gerust een keer een bezoek brengen aan onze bibliotheek. De medewerkers staan voor u klaar van dinsdag tot en met vrijdag van 12.00 tot 16.00 uur.