Prehistorische Europese eenwording

rmoKeltische munt, gevonden in Bladel, hoogte 1,7 cm

Met de komst van de Romeinen naar Noordwest-Europa liep de prehistorie ten einde. Vlak daarvoor hadden de Kelten al een proces van continentale eenwording in gang gezet. Dat blijkt uit de bouw van immense Keltische forten, verspreid over grote delen van Europa, en een uniformering van de inheemse materiële cultuur. In Nederland is de Keltische aanwezigheid beperkt tot vondsten van metalen wapens en gemunt geld naar Grieks model. Muntgeld, zoals deze 'regenboogmuntjes', zou de prehistorische ruilhandel gaan verdringen. Een zilveren vaas uit de Maas bij Neerharen is een uitzonderlijk kunstproduct in deze traditie. Die laat een bijzondere mix van Keltische, Griekse en Romeinse motieven zien.

Het einde van de prehistorie laat een interessante ontwikkeling zien, die helaas verstoord werd door de komst van Romeinse 'agressors' in Noordwest-Europa. Het gaat hier om een sterke culturele, en mogelijk ook sociaal/politieke, eenwording van Europa. Met een beetje fantasie zouden we het als een voorloper van het hedendaagse Europese eenwordingsproces kunnen beschouwen. Dit alles werd in gang gezet door de Kelten: de eerste Europeanen. Nu waren de Kelten in vergelijking met de Romeinen geen lieverdjes. Ook in deze maatschappij was krijgshaftigheid een hoog goed. De rijke bewapening van de krijgers en de vele gigantisch grote forten uit deze tijd getuigen daarvan. Na een veldslag werd het wapentuig van de overwonnene vernietigd en in een rivier of meer gegooid. De schedels van de verliezers werden meegevoerd naar de nederzetting en aan de thuisblijvers getoond. In ons land vinden we weinig sporen van dergelijke gruwelijkheden en de grote militaire forten. Het dichtstbijzijnde heuvelfort ligt bij Kanne ten zuiden van Maastricht, 100 meter over de Nederlands-Belgische grens.

De beroemdste vindplaats uit deze tijd is Hallstatt bij het Oostenrijkse Salzburg. Hier werd in het midden van de 19de eeuw een uitgebreid grafveld ontdekt met zeer rijke graven. De rijkdom is te verklaren omdat in dit gebied grote zoutmijnen liggen. Zout was een geliefd product dat over grote delen van Midden-Europa werd verhandeld. De materiële resten van de Kelten vinden we in het kerngebied dat eerst het huidige Oost-Frankrijk, Zuid-Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk omvat, maar zich al snel uitbreidde naar de andere delen van Europa. Hun invloed hield daar echter niet op. Ook buiten deze gebieden treffen we vele voorwerpen aan die met de Kelten in verband kunnen worden gebracht.

In ons land gaat het om enkele grafvondsten en vooral vondsten die in rivieren zijn aangetroffen: zwaarden, munten en metalen vaatwerk. Geld was een opvallend nieuw verschijnsel. Het gaat te ver om dit als een voorloper van de euro te beschouwen, hoewel we wel in die richting kunnen denken. In grote delen van Europa kwam het gebruik van geld in het betalingsverkeer in zwang, maar veel van de munten waren gemaakt naar Griekse voorbeelden. Het geld was de voorbode van een veranderende economie. De traditionele ruilhandel had afgedaan en maakte plaats voor een commerciële markt. De munten werden daarbij als betaalmiddel gebruikt. Het meest algemeen zijn koperen en zilveren exemplaren. Zeldzaam zijn de gouden munten. De muntjes hebben een schotelvorm. In de het verleden werden ze 'regenboogschoteltjes' genoemd omdat men dacht dat ze aan het begin en eind van een regenboog in de grond werden gevormd.

In een aantal gevallen zijn er echte kunstproducten naar onze streken gekomen. Tijdens de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in 1831 werd een zilveren vaas in de Maas ontdekt bij Neerharen. De vaas is op de schouder versierd met geometrische motieven en kleine klaverblaadjes. De standvoet is ook met een bladmotief versierd, tezamen met een kettingmotief en golflijnen. Op de bodem van de vaas zijn tekens ingekrast, graffiti, die volkomen uniek zouden zijn vanwege de combinatie van Griekse- en Romeinse lettertekens. Wat er staat, is evenwel onduidelijk.

De vaas is een unicum omdat er invloeden in aanwezig zijn vanuit lokale Gallische tradities, maar ook uit de Romeinse en Griekse wereld. Dit mozaïek aan stijlelementen leidde ook tot verwarring over de vraag naar de herkomst. Ondanks de intense debatten waarin allerlei mogelijke plaatsen van herkomst geopperd worden, lijkt een Zuid-Europese origine het meest waarschijnlijk.