
Vanaf de laatklassieke periode (ca. 350-330 v.Chr.) komen in het Oost-Griekse Middellandse Zeegebied sieraden in de mode die 'hoepeloorringen' worden genoemd: oorsieraden, die gesloten kunnen worden door een haak en een oogje. Een fraai voorbeeld vormen deze sieraden in de vorm van liggende griffioenen. De lus is vervaardigd van massief goud, met ingekerfde versiering.