Zuid-Nederland

Op deze kaart ziet u een aantal plaatsen in Zuid-Nederland waar opvallende voorwerpen van de afdeling 'Archeologie van Nederland' zijn gevonden. De exacte locaties van de vondsten zijn niet altijd bekend. De informatiepunten op de kaart (de rode vlakjes met een i) staan in zo'n geval willekeurig in de stad, het dorp of de streek waar de vondst is gedaan.

51.67336060018456,3.383252410546884

Fossiel van een Neanderthaler
vindplaats: Middeldiep (Noordzee, 15 km. voor Zeeuwse kust), datering: ca. 40.000 v.Chr.
Tussen het afval van een schelpenzuiger werd in 2001 voor het eerst op Nederlandse bodem een fossiel van een Neanderthaler gevonden. Het is een stukje schedel met daaraan een zware wenkbrauwboog. Onderzoek bevestigde dat het van een Neanderthaler moet zijn geweest, waarschijnlijk een jonge man. Neanderthalers zijn ontstaan in Europa, rond 350.000 v.Chr. Ondanks verschillen in bijvoorbeeld lengte en lichaamsbouw zijn ze nauw verwant aan ons. Zo'n 30.000 jaar gelden stierf de Neanderthaler uit, waarschijnlijk door de snelle klimaatswisselingen in de laatste ijstijd en een beperkt aanpassingsvermogen.

51.60328926538571,3.8567888725524835

Altaren voor Nehalennia
vindplaats: Colijnsplaat (ZLD), datering: 2de eeuw
In de Romeinse tijd stonden bij de Zeeuwse dorpen Colijnsplaat en Domburg tempels voor de godin Nehalennia. Zij werd vereerd door de lokale bevolking als vruchtbaarheidsgodin. De Zeeuwse wateren dienden in de eerste eeuwen na Christus als havenplaatsen voor de handel naar Engeland. Handelaren, scheepskapiteins en reders lieten bij de tempels van Nehalennia altaren opstellen. Zij dankten hiermee de godin voor de behouden thuiskomst. Veel altaren zijn op de bodem van de Oosterschelde gevonden en vermelden bijvoorbeeld dat iemand zijn belofte aan de godin 'gaarne en met reden' heeft ingelost.

51.689715,4.441016

Een mysterieuze glimlach
vindplaats: Willemstad (NB), datering: 5300 v.Chr.
Dit eikenhouten figuurtje werd in 1966 gevonden bij de aanleg van de Volkeraksluizen bij Willemstad. Met de C14-methode is aangetoond dat het uit 5300 v.Chr. dateert. Het hoofd lijkt met de grote ogen, jukbeenderen, neus en geopende mond naturalistisch weergegeven. Het lichaam heeft iets weg van een handvat. Over de betekenis van dit mannetje tasten archeologen in het duister. Uit de etnografie blijkt dat in gemeenschappen van jager-verzamelaars sjamanen vaak een belangrijke rol spelen. Ze gebruiken allerlei attributen om in contact te komen met een spirituele wereld. Misschien werd dit beeldje gebruikt bij rituele handelingen? Het blijft een mysterie... 

51.73288033549715,5.5669099398296185

Elitegraf van een vorst
vindplaats: Oss (NB), datering: 700-600 v.Chr.
Bij een grote grafheuvel bij het huidige Oss werd in de 7de eeuw v.Chr. een belangrijk leider begraven, een zogenaamde vorst. Zijn gecremeerde resten deed men in een grote bronzen emmer. De vele bijgiften in het graf wijzen op de hoge status van de overledene: paardentuig, kledingspelden, een kokerbijl, mes, slijpsteen en scheermes. De meest opvallende gift is een groot opgerold zwaard van ijzer. Het houten gevest was versierd met goud. Het zwaard is opgerold zodat het in de emmer past. De botresten van de vorst lijken zijn status te bevestigen. Hij had namelijk last van een welvaartsziekte, mogelijk een ontstaan door overgewicht en weinig beweging.

51.451869476626285,5.377800661071777

Alledaagse dingen in de oorlog
vindplaats: vliegveld Welschap, Eindhoven (NB), datering: 1944
In de Tweede Wereldoorlog was op vliegveld Welschap een deel van Duitse luchtmacht gelegerd. Begin 21ste eeuw vond de Eindhovense archeologische dienst hun afval terug. Dat geeft een bijzonder intiem kijkje in de dagelijkse praktijk van de oorlog. De piloten hadden hun eigen serviesgoed meegebracht (met hakenkruisjes) en hun eigen sinaasappeljam. Ze dronken Heineken-bier en ook champagne, die getuige de flessen in 1934 in Reims gebotteld is en in de oorlog al ver over de datum was. Ze kamden hun haar, poetsten hun tanden en besprenkelden zich met reukwater (geur: lavendel). En ze schreven brieven naar huis, met zwarte inkt.

51.32044482459143,6.000398257672099

Sierschijf met onduidelijk verhaal
vindplaats: Helden (L), datering: 100 v.Chr.-100 na Chr.
De voorstelling op de vergulde zilveren sierschijf van Helden lijkt een einde in te luiden, maar de precieze mythologische betekenis is onbekend. Een geknielde man is verwikkeld in een wild gevecht met een leeuw. Daarboven wordt een ram aangevallen door twee andere leeuwen. Eronder staan twee honden naast een stierenkop. De schijf was waarschijnlijk onderdeel van een harnas en werd gemaakt in Thracië (het huidige Bulgarije en Roemenië). Mogelijk was het stuk uitgewisseld met andere Keltische stammen en daarna in het veen geofferd. Het kan ook zijn dat de Romeinen Thracische huurlingen en hulptroepen meenamen om deze streken te veroveren.

51.197554129015884,5.968601059207934

Klap op je kop
vindplaats: Hatenboer (L), datering: 12de-13de eeuw
Dit type helm wordt een hersenier genoemd. Hij sluit nauw op het hoofd aan en werd vastgezet aan een soepele maliënkap die was ‘gebreid' van kleine ringetjes. Op deze manier kon je hoofd gemakkelijk bewegen en bleven je ogen vrij. Dit soort helmen werd bijvoorbeeld door boogschutters gedragen. De hersenier bood bescherming tegen een klap met een zwaard, die een boogschutter vooral van boven te verwachten had. Te zien aan de inslag in de bolle bovenkant heeft de drager van deze helm inderdaad een flinke en fatale houw gekregen. De drager moet zijn omgekomen in een gevecht, mogelijk tijdens een belegering van het kasteel in Hatenboer.

50.87673476245127,5.6760165025329545

Jagende Neanderthalers
vindplaats: Maastricht (L), datering: ca. 250.000 v.Chr.
In 1980 ontdekten archeologen in de löss- en grindgroeve Belvédère bij Maastricht 250.000 jaar oude sporen van Neanderthalers. Destijds vormden de beboste en waterrijke oevers van de Maas ideaal jachtterrein. Neanderthalers waren uitstekende jagers vanwege hun wapens en technieken, en door hun onderlinge communicatie, planning en intelligentie. Op het vuurstenen mes zijn gebruikssporen aangetroffen die ontstaan bij het slachten van bijvoorbeeld een bizon of een bosolifant. Deze dikhuiden leefden hier in de prehistorie. Het mes werd gevonden tussen de resten van twee jonge steppeneushoorns, waaronder twee kiezen.

50.8881742,5.9794988

Gouden halsring als statussymbool
vindplaats: Heerlen (L), datering: 250-0 v.Chr.
In de Late IJzertijd ontstaan de stammen die bekend zijn uit historische bronnen, zoals Caesar's 'De Bello Gallico'. Belangrijke leiders waren Vercingetorix van de Arverni, of Ambiorix van de Eburonen. In 54 v.Chr. versloegen de Eburonen anderhalf Romeins legioen bij Tongeren. De stamhoofden maakten deel uit van een Keltische adel. Ze pronkten met hun macht, door hun wapens, kleding en sieraden. Halsringen als deze (zogenaamde torques) waren het statussymbool van belangrijke leiders. Bronzen, zilveren en gouden munten, gemaakt naar Grieks voorbeeld, werden gebruikt in de handel of om allianties te smeden.