Midden-Nederland

Op deze kaart ziet u een aantal plaatsen in Midden-Nederland waar opvallende voorwerpen van de afdeling 'Archeologie van Nederland' zijn gevonden. De exacte locaties van de vondsten zijn niet altijd bekend. De informatiepunten op de kaart (de rode vlakjes met een i) staan in zo'n geval willekeurig in de stad, het dorp of de streek waar de vondst is gedaan.

52.190894,4.445287

Een Merovingisch grafveld
vindplaats: Rijnsburg (ZH), datering: 550-700
Bij het omspitten van een perceel tuinbouwgrond in Rijnsburg, werd in 1913 een Merovingisch grafveld gevonden. Het is van ca. 550 tot 700 in gebruik geweest. De meeste urnen, sieraden, kralensnoeren en andere voorwerpen werden uitgegraven en verkocht. Daarom is de precieze grootte en indeling van het grafveld onduidelijk. Tussen de vondsten zat ook een imposante vergulde gesp, met in elkaar gevlochten filigraandraden en email-inleg. Hij is waarschijnlijk gemaakt in het Engelse Kent, aan de overzijde van het Kanaal. Dit is een aanwijzing dat in Rijnsburg mensen van heel hoge status hebben gewoond, misschien wel van koninklijke bloede.

51.90821449531779,4.342985090178297

Herberg De Visscher
vindplaats: Vlaardingen (ZH), datering: 1770-1790
Als je eind achttiende eeuw van de haven van Vlaardingen naar de Markt liep, kon je herberg De Visscher niet missen. Binnen trof je een rokerig café waar bier, wijn en gedestilleerd werden geschonken en vissersverhalen verteld. In de gang naar de keuken lag een beerput. Daarin vonden archeologen eeuwen later meer dan duizend stuks drink- en eetgerei en 227 pijpenkoppen uit de periode 1770-1790. Met behulp van een boedelinventaris van dit pand uit 1774 was na te gaan op welke plaatsen in de herberg de voorwerpen zijn gebruikt. De drie gekruiste haringen op de borden waren mogelijk het logo van deze uitspanning.

51.8254264,4.3447884

Berentand uit het natte veen
vindplaats: Hekelingen (ZH), datering: 2900-2600 v.Chr.
Ten zuiden van het estuarium van de Rijn en de Maas lag meer dan 5000 jaar geleden een nat veengebied. Er stroomde een 50 meter brede getijdekreek en daarlangs lagen verschillende kampementjes. De oever werd 300 jaar lang vooral in de zomer bewoond door mensen van de 'Vlaardingencultuur'. Ze bouwden er hutjes, bewerkten vuursteen en maakten aardewerk. Vondsten van doorboorde berentanden en -schedels wijzen er mogelijk op dat beren werden vereerd. Men jaagde en viste, maar er werd ook vee gehouden en er is zelfs graan gevonden. Die combinatie van boerenbestaan met jagen en verzamelen is in dit natte gebied nog lang volgehouden.

51.83686425745793,4.825126611639408

Skelet van een trouwe metgezel
vindplaats: Hardinxveld-Giessendam (ZH), datering: 5500-5300 v.Chr.
Deze hond werd rond 5300 v.Chr. begraven op een donk (een zandheuvel) in de uitgestrekte delta van de Maas en de Rijn. De donk lag in een uitgestrekt waterlandschap van meren, rivieren, geulen, moerassen en verder naar het westen kwelders en de kust. In dit gebied leefden zo'n duizend jaar lang groepen rondtrekkende jager-visser-verzamelaars: mannen, vrouwen en kinderen. De donk gebruikten ze om er hun winterbasiskamp op te slaan. De hond zal vaak zijn meegereisd met één zo'n groep, onmisbaar als hij was bij de jacht. Hij werd dan ook begraven in het grafveld op de top, als volwaardig lid van de gemeenschap.

52.0358022,5.0883743

Zeldzame zwaarden
vindplaats: Jutphaas (Ut), datering: 1500-1350 v.Chr.
Tijdens baggerwerkzaamheden bij de aanleg van een haven bij Jutphaas kwam in 1947 een bronzen zwaard boven water. Het is één van vijf vrijwel identieke zwaarden die zijn gevonden in Plougrescant (Bretagne), Beaune (Bourgondië), Oxborough (Engeland) en Ommerschans (Drenthe). De zwaarden zijn gemaakt met een enorm vakmanschap: perfect gegoten, zonder gietnaden en van een verbluffende symmetrie. Maar ze zijn ook groot, breed, zonder greep en niet scherp. Waarschijnlijk waren het ceremoniële prestigeobjecten voor rituelen. Door hun zeldzaamheid en grote verspreiding is het aannemelijk dat de zwaarden dezelfde herkomst hebben.

52.05706323476685,5.250311683064259

Opgerold goud geld
vindplaats: Odijk (Ut), datering: 6de eeuw
In de buurt van Odijk werd in 2008 deze strip 22 karaats goud gevonden. Het weegt 20,6 gram en is opgerold tot een spiraal om gemakkelijk te kunnen vervoeren, bijvoorbeeld aan een snoer of een riem. De strip was oorspronkelijk langer, maar aan één kant is er een stuk afgekapt. Onderzoek wijst uit dat het goudbaartje uit de zesde eeuw dateert. Hoewel opgerold 'gewichtsgeld' in deze tijd vaker voorkomt, vooral in Scandinavië, is deze strip uniek. Er waren geen bijvondsten, zodat het waarschijnlijk niet afkomstig is uit een graf of een offer. Mogelijk heeft een handelaar het goudbaartje verloren bij het doorkruisen van de Utrechtse heuvelrug.

52.0882573,5.6173006

Giften uit een grafheuvel
vindplaats: Lunteren (GLD), datering: 2500-2000 v. Chr.
Rond het Veluwse dorp Lunteren zijn verschillende graven uit de 'Klokbekercultuur' (ca. 2500-2000 v.Chr.) gevonden. Hieruit bleek dat een kleine groep mannen een belangrijke status had, want hun graven waren rijk aan grafgiften. Men vond daarin bijvoorbeeld vierkante aambeeldstenen voor de bewerking van koper, een rijk versierde beker en diverse pijlpunten. Het zeldzame koperen priempje moet ooit van een smid zijn geweest. Verder zijn ook dunne, doorboorde stenen plaatjes gevonden. Dit zijn polsbeschermers om de klap van een boogpees op te vangen. Hierdoor is het aannemelijk dat boogschutters belangrijk waren in deze samenleving.

52.180320913138246,5.786508941650399

Verstoven onder het Kootwijkerzand
vindplaats: Kootwijk (GLD), datering: 10de-12de eeuw
Het dorp Kootwijk ontstond in de negende eeuw aan een vennetje in een uitgestrekt duingebied. Er woonden op het hoogtepunt zo'n 100 tot 150 mensen op twintig hoeven. De opbouw van Kootwijk met woonstalhuizen, schuren, spiekers, hutkommen en kuilen rond een brink tussen de akkers is typerend voor een vroegmiddeleeuws dorp. In de tiende eeuw droogde het ven op, maar het bleef een open plek bij het dorp. Waterputten zorgden ervoor dat men hier toch kon blijven wonen. De akkers zijn nog lang bewerkt, ook toen er al regelmatig zand overheen stoof. Uiteindelijk is het dorp in de twaalfde eeuw verlaten en onder het zand bedolven.

52.33727689033134,6.099513259155285

Goud als geschenk
vindplaats: Olst (OV), datering: ca. 400
Deze vier gouden halsringen werden in 1952 opgebaggerd uit de IJssel bij Olst. Ze zijn omstreeks 400 gemaakt in een 'Germaanse' stijl. In deze tijd waren gouden halsringen voor een machthebber het ideale geschenk om aan trouwe dienaren of bondgenoten te geven. Op afbeeldingen uit deze eeuwen en in teksten als de Beowulf zijn ze prominent aanwezig. De sieraden doen stoer aan. Ze werden door mannen gedragen en functioneren als een symbool van status en loyaliteit aan de macht. Om die redenen waren gouden halsringen ook een goed geschenk aan de goden. Deze schat is mogelijk het offer van vier mannen samen.

52.39126360314273,6.462601595306379

Een middeleeuwse punter
vindplaats: Hellendoorn (OV), datering: 15de eeuw
Ook in de Middeleeuwen leefden veel mensen op, van en met het water. Goederen werden vaak met per schip vervoerd. In 1980 werden bij Hellendoorn de resten van een scheepje uit de vijftiende eeuw ontdekt. Het gaat om ongeveer de helft van een punter, een boot die vooral voor transport over de rivier werd gebruikt. Naast het scheepje stonden drie palen in de bodem, waarschijnlijk overblijfselen van een aanlegplaats in het riviertje De Regge. De afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de restanten van de punter geconserveerd, gedocumenteerd en speciaal voor deze museumafdeling weer in elkaar gezet.