Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Samenwerking met Universiteit Leiden

Het Rijksmuseum van Oudheden doet mee aan Networked Landscapes, een archeologisch onderzoeksprogramma van de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden naar laat-neolithische grafheuvels op de Veluwe. Dr. Luc Amkreutz, conservator collectie Prehistorie, is hierbij betrokken op het gebied van veldwerk, uitwerking en publiekscommunicatie. Het project ging in 2016 van start met verkennend booronderzoek. Door middel van grondboringen is een aantal heuvels onderzocht op samenstelling, voorwerpen en in hoeverre ze nog intact zijn. De komende jaren vindt verder veldonderzoek plaats.

De Epe-Niersen grafheuvellijn: een uitgestrekt ritueel landschap

De grafheuvelrij bij Epe-Niersen is één van de best bewaarde monumentale grafheuvelrijen uit de Nederlandse Prehistorie. Ze behoort tot de prehistorische topmonumenten in Europa. Toch weet bijna niemand – inclusief de archeologische gemeenschap – dat zulke rijen bestaan, laat staan uit welke tijd ze dateren en wat ze betekenen. Tegelijkertijd is er bijzonder weinig onderzoek gedaan naar deze grafheuvelrijen. Het merendeel van de bestaande informatie is gebaseerd op opgravingen uit het begin van de twintigste eeuw. Networked Landscapes heeft als doel nieuwe kennis over de grafheuvelrijen te verzamelen en dit imposante rituele landschap onder een bredere aandacht te brengen.

Doel van het project

Het project is onderdeel van het VENI-onderzoek Networked Landscapes van dr. Bourgeois (Universiteit Leiden), dat wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het richt zich op de inrichting van het landschap door laatneolithische gemeenschappen van de ‘enkelgrafcultuur’ (de Corded Ware-groepen) in het derde millennium voor Christus. Het project onderzoekt hoe het landschap in Noordwest-Europa door middel van grafheuvelrijen herkenbaar ingericht werd. Maar het richt zich ook op de manier waarop tradities en gebruiken ontstaan en in stand worden gehouden, en hoe mensen elkaar en hun omgeving zagen. Het gestandaardiseerde grafritueel, waarbij vaste regels en objecten werden gebruikt, speelt hierbij een belangrijke rol. Het (veld)onderzoek in Epe-Niersen hoopt een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de samenhang van beide aspecten.

Zichtbaar en beleefbaar erfgoed

Behalve het wetenschappelijke doel, biedt dit onderzoek ook de mogelijkheid om de grafheuvelrijen onder de aandacht van een breed publiek te brengen. De grafheuvelrij van Epe-Niersen is een van de weinige locaties waar een groot deel van de grafheuvelrij nog bewaard is gebleven. Het is tastbaar, zichtbaar en beleefbaar erfgoed, met een enorme aantrekkingskracht. Door gebruik te maken van nieuwe technieken als augmented reality willen de onderzoekers die beleefbaarheid aanbieden. Het Rijksmuseum van Oudheden zal daarin een rol spelen, samen met de Universiteit Leiden en partners als de gemeente Apeldoorn en de Kroondomeinen.

Museum in het veld

Het is reeds langere tijd een wens van het Rijksmuseum van Oudheden om weer actief te participeren in Nederlands veldwerk. Het allereerste veldwerk van het museum op en in Nederlandse bodem had plaats in het Roekelse bos bij Ede, waarschijnlijk in 1821. Met name tot de eerste helft van de twintigste eeuw vormde het Rijksmuseum van Oudheden de voornaamste gravende en oudheidkundig instantie van ons land.

Graven als partner

In 1998 kwam helaas een voorlopig einde aan die lange veldtraditie, deels in relatie tot het veranderende bestel. Binnen de huidige commerciële Malta-archeologie ambieert het Rijksmuseum van Oudheden vooral een partner te zijn in projecten met een wetenschappelijke grondslag en een duidelijke relatie tot de eigen collectie. Wetenschappelijke expertise, de rijke museumcollectie en publiekscommunicatie vormen daarbij de grootste kracht van het museum.

Bezoek ons: