Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Deelname aan internationaal UNESCO-project

Even ten noorden van de tempels van Aboe Simbel in Nubië (Egypte) groef een team van het Rijksmuseum van Oudheden in de winters van 1962-1964 een compleet laat-Meroïtisch dorp uit de 2de-4de eeuw na Chr. op. Het team stond onder leiding van de toenmalig directeur Adolf Klasens. Deze archeologische vindplaats is helaas in 1964 onder water verdwenen. De vondsten, door de Egyptische regering aan het Rijksmuseum van Oudheden geschonken na de beëindiging van de opgravingsmissie, en de velddocumentatie worden nu voor het eerst bestudeerd en uitgewerkt in een onderzoeksproject van het Rijksmuseum van Oudheden: hoe zag dit dorp eruit en wie leefden er?

Internationale reddingsmissie

In 1954 besloot de Egyptische regering een nieuwe dam in de Nijl bij Aswan te bouwen. Het doel was de groeiende Egyptische bevolking van voldoende water en energie te voorzien. Een gevolg van de nieuwe dam was dat er ten zuiden van Aswan een groot meer ontstond van zo’n vijfhonderd kilometer lang. Duizenden Nubiërs moesten door het stijgende water verhuizen en archeologische monumenten en vindplaatsen dreigden onder water te verdwijnen. De regeringen van Egypte en Soedan riepen de hulp in van UNESCO om een internationaal project op te zetten en te coördineren om de monumenten en archeologische sites te redden.

Twee archeologische sites

Ongeveer dertig landen meldden zich aan, waaronder Nederland. Een opgravingsteam van het Rijksmuseum van Oudheden onder leiding van Adolf Klasens kreeg een gebied ten noorden van de tempels van Aboe Simbel aangewezen. In dit gebied waren tijdens een eerdere survey in het kader van het voorgenoemde UNESCO-project twee archeologische sites in kaart gebracht: een dorp uit de vroeg-christelijke tijd, dat later de naam Abdallah Nirqi kreeg, en een dorp uit de laat-Meroïtische periode, dat de opgravers Shokan doopten. Beide sites waren overigens ook al in 1907 door de Engelse egyptoloog Arthur Weigall beschreven.

Dertig huizen in Shokan

In Shokan groef het team van het Rijksmuseum van Oudheden zo’n dertig huizen op. Hierin troffen ze onder andere kookpotten, maalstenen, weefgereedschap, kralen en gereedschappen aan. Ook vonden ze talloze potscherven waaronder het bijzondere Meroïtische eggshell-aardewerk met wanden zo dun als een eierschaal. Als dank voor de reddingswerkzaamheden en adviezen van Klasens en zijn team en de financiële steun van Nederland schonk de Egyptische staat in 1969 de tempel van Taffeh aan Nederland. De tempel siert nu de entreehal van het museum.

Het Meroïtische rijk

Koesj is één van de oude namen voor een gebied in Nubië en voor de opvolgende rijken die daar ontstonden. In de 8ste eeuw v.Chr. veroverden de Koesjieten tijdelijk Egypte. Rond 280 v.Chr. verplaatste het centrum van het Koesjitische Rijk zich van het religieuze centrum Jebel Barkal bij het 4de Cataract, naar de zuidelijk gelegen stad Meroë tussen het 5de en 6de Cataract. We weten dit omdat vanaf die tijd de koningen bij Meroë worden begraven en niet meer in de buurt van Jebel Barkal. In de Meroïtische periode ontwikkelde het rijk zich opnieuw tot een machtig imperium en speelde een grote rol in de handel van onder andere ivoor, goud en wierook tussen Mediterraan Egypte en tropisch Afrika. Het delicate eggshell-aardewerk werd door heel Nubië aangetroffen. Ook won de bevolking van Meroë op grote schaal ijzer. Rondom de hoofdstad en andere zuidelijke Meroïtische centra zijn talloze ijzerertsgroeven ontdekt. Goud werd op verschillende plekken aangetroffen en gedolven. Er werden prachtige sieraden en religieuze voorwerpen van gemaakt.

Bijna compleet opgegraven dorp

Er is relatief weinig bekend over het dagelijks leven in Meroïtische nederzettingen. Complete dorpen zijn niet vaak opgegraven. Zeker in de vorige eeuw was men meer geïnteresseerd in begraafplaatsen, omdat in de graven van de overledenen vaak grafgiften te vinden waren. Deze voorwerpen gaven niet alleen een beeld van de samenstelling van de bevolking, maar waren ook interessant om in de musea tentoon te stellen. Ruïnes van huizen vond men daarentegen veel minder interessant. Gelukkig is dat de laatste decennia veranderd. Shokan is één van de weinige bijna geheel opgegraven Meroïtische dorpen. Vandaar is het belang van de nederzetting groot.

Doel van het huidige onderzoek

Het Rijksmuseum van Oudheden mocht na de twee opgravingsseizoenen een deel van de vondsten meenemen naar Nederland. Deze vondsten zijn momenteel deels in het museum te zien, maar nooit uitgebreid bestudeerd. Het huidige onderzoek, uitgevoerd door archeologen Liliane Mann en Ben van den Bercken, neemt de opgraving opnieuw onder de loep. Kunnen we op basis van de documentatie en de foto’s iets zeggen over de architectuur en de constructie van de gebouwen in Shokan? Welke functie had het dorp in de omgeving? Bovendien kijken de onderzoekers naar de methoden die tijdens de opgraving van Shokan werden gehanteerd. Is zoveel jaar na dato hierover nog iets te zeggen? Het onderzoek richt zich ook op de voorwerpen. Deze worden opnieuw bekeken en beschreven. Zo komen we meer te weten over de ouderdom en het gebruik van deze voorwerpen. Samengevoegd geven de analyses van architectuur, constructie, functie en de in Shokan gevonden voorwerpen uiteindelijk een beter beeld van het leven aan de grens van het Meroïtische rijk.

Het opgravingsteam tijdens het tweede seizoen: (v.l.n.r.) Servaas Wildschut, Hans Schneider, Helen Jacquet-Gordon, Adolf Klasens.

Opgravingen in Shokan: huis B5 en B19.

Nieuws

Op zaterdag 4 mei werd de 3rd Sudan Studies Conference gehouden in Oxford. De conferentie werd georganiseerd door de Durham Universiteit, dit jaar in samenwerking met de Universiteit van Oxford. Ben van den Bercken en Liliane Mann hebben hier een lezing gegeven over hun onderzoek, met als titel Shokan, a Meroitic village revisisted.

Opgraving Shokan Liliane Mann Ben van den Bercken

Liliane Mann en Ben van den Bercken in Oxford.

Bibliografie

Opgraving Shokan

Verantwoording van Klasens van zijn werkzaamheden voor UNESCO.

Bezoek ons: