Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Julius Caesar

Deze marmeren kop (eerste afbeelding) is vermoedelijk een portret van Gaius Julius Caesar, de belangrijkste Romeinse staatsman uit de 1ste eeuw v.Chr. Het portret is licht beschadigd aan de neus, kin en linkerzijde van het gezicht. De vorm van de hals wijst erop dat de kop bestemd was om te worden ingepast in een standbeeld.

Uit de beschrijvingen in de antieke bronnen is bekend dat Caesar mager en pezig was en vrij kaal. Uit ijdelheid liet hij zich echter altijd met haar afbeelden. Het officiële portret, dat meer was dan een ‘fotografische’ afbeelding, moest duidelijk het karakter presenteren: Caesar liet zichzelf voorstellen als een nuchter en zakelijk man, rationeel, hard voor anderen en zichzelf, filosofisch, weloverwogen en beheerst. Hij stond verder bekend om zijn milde wijsheid. Iets van deze karaktertrekken is terug te vinden in dit portret: om de mond speelt een lichte glimlach en de kraaienpootjes rond de ogen geven het gezicht een zekere zachtheid.

Gaius Julius Caesar werd in 100 v.Chr. geboren. Hij kwam ter wereld door middel van de keizersnede, de medische ingreep die, volgens de overlevering, aan hem zijn naam dankt. In zijn jonge jaren studeerde hij de kunst van de welsprekendheid (rhetorica) op het Griekse eiland Rhodos, dat in die tijd een beroemd cultureel centrum was. Hij begon zijn loopbaan als advocaat in Rome en maakte daarna carrière in het leger en de politiek. Hij bekleedde allerlei militaire en politieke ambten, die hem steeds hogerop brachten. In 60 v.Chr. sloot hij een verbond met de twee machtigste veldheren van zijn tijd, Pompeius en Crassus. Dit verbond wordt het Eerste Driemanschap genoemd. Het jaar daarop werd hij tot consul gekozen.

Na zijn consulaat werd hij bestuurder van de twee provincies Gallia Cisalpina en Gallia Transalpina (Noord-Italië en Frankrijk). In de jaren die volgden, ondernam Caesar een aantal succesvolle veldtochten, waardoor hij het hele vrije deel van Gallië tot in België toe veroverde met zijn leger. Hij schreef hierover een verslag met de titel ‘Over de Gallische Oorlog’ (De bello gallico). De Romeinse senaat vond dat Caesar veel te veel macht kreeg en gaf hem de opdracht zijn bevel neer te leggen. In plaats daarvan trok Caesar in januari 49 v.Chr. met zijn troepen de grens van Italië over (de rivier de Rubicon) en marcheerde richting Rome.

Hierop volgde een burgeroorlog tussen hem en de troepen van Pompeius, zijn vroegere bondgenoot. Jarenlang verplaatste het strijdtoneel zich van Italië naar Egypte, Klein-Azië, Noord-Afrika en Spanje. Beroemd werd zijn affaire met de Egyptische koningin Cleopatra. Zij kregen samen een zoontje, Caesarion (‘Kleine Caesar’). Enige tijd later behaalde hij in Klein-Azië een bliksemoverwinning op Pharnakes II, de heerser van Pontus, een koninkrijk ten zuiden van de Zwarte Zee. Deze strijd verliep zo snel dat hij na afloop de bekende woorden ‘Ik kwam, ik zag, ik overwon’ (veni, vidi, vici) sprak.

In 45 v.Chr. was het laatste militaire verzet tegen Caesar gebroken en keerde hij feitelijk als alleenheerser terug naar Rome. Op sociaal en politiek gebied voerde hij allerlei veranderingen door die hem zeer populair maakten bij het volk, zoals landhervormingen en verbeteringen in de aanvoer van voedsel voor de stad Rome. Ook op andere vlakken was zijn invloed groot. Zo liet hij de sterrenkundige Sosigenes de Romeinse kalender aanpassen aan het Egyptische zonnejaar. Sosigenes creëerde de ‘Juliaanse kalender’, die sterk lijkt op onze huidige kalender.

De machtige positie die Caesar zich na zijn vele overwinningen had verworven, werd hem uiteindelijk fataal. Op 15 maart 44 v.Chr. werd hij door een groep samenzweerders, onder wie een aantal van zijn beste vrienden, met 23 dolksteken om het leven gebracht. Na deze moord keerde de staatsvorm van de republiek echter niet terug. Caesars adoptiezoon Octavianus, de latere Augustus, werd in 27 v. Chr. de eerste Romeinse keizer. De naam Caesar werd een eretitel voor Augustus en al zijn opvolgers. In de westerse wereld is deze titel blijven voortleven in de woorden ‘keizer’ en ‘tsaar’.

Het Rijksmuseum van Oudheden heeft nog een tweede portret van Caesar. Deze marmeren kop (tweede afbeelding) is vrij zwaar gehavend. Het voorhoofd is horizontaal ingekerfd en de kin en de neus zijn grotendeels weggeslagen. De verdwenen neus was trouwens niet de oorspronkelijke; een rond gat bewijst dat er ooit met behulp van een ijzeren pen een nieuwe op is gezet. De hals is schuin afgebroken.

De kop zou afkomstig zijn van de Hunerberg in Nijmegen, maar dat is niet zeker. Hij is in 1931 als onderdeel van het legaat van P.A. Gildemeester in het museum terechtgekomen. Hoe hij eraan kwam, is niet bekend; vermoedelijk heeft hij de kop bij een kunsthandel gekocht. Op de Hunerberg in Nijmegen lag tussen 71 en circa 104 na Chr. het kamp van het Tiende Legioen, dat oorspronkelijk door Caesar is opgericht. Het zou dus niet verwonderlijk zijn als in deze legerplaats een beeld stond van de legendarische stichter.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: