Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Grafaltaar van Caetennia Pollita

Het Romeinse meisje Caetennia Pollita stierf jong. De inscriptie op dit grafaltaar meldt dat ze tien jaar en zes maanden oud werd. Het altaar is een gedenksteen waarop plengoffers werden gebracht door familieleden. Het stond in een ondergrondse tombe. In een medaillonvormige nis staat het portret van het overleden meisje. Aan de bovenkant is het altaar versierd met een een kussen. Daar is een uitholling gemaakt waarin men wijn kon schenken als offergave aan de dode. De offerschaal en de schenkkan waarmee dit gebeurde staan in reliëf afgebeeld op de zijkanten van het altaar.

Het prachtige gezichtje van dit jonge meisje is onderdeel van een van de meest ontroerende grafmonumenten in het Rijksmuseum van Oudheden: een grafaltaar, opgericht voor het jong gestorven Romeins meisje met de naam Caetennia Pollita. De Latijnse inscriptie vermeldt: Aan de Manes [goden van de onderwereld], van Caetennia Pollita, dochter van Publius; zij werd 10 jaren en 6 maanden oud. Bij de Romeinse grafcultus hadden dergelijke grafaltaren de functie van gedenksteen, waarop plengoffers aan de overledene werden gebracht. Er zijn ook grafaltaren bekend waar een nis is uitgespaard om de as van de overledene – al dan niet in een aardewerken pot – in bij te zetten. Het altaar van Caetennia Pollitais echter een gedenksteen. Dergelijke grafaltaren stonden opgesteld in de ondergrondse tombes. Op gezette tijden daalden de nabestaanden af naar de grafkamer om plengoffers aan de overleden familieleden te brengen.

Het altaar is in feite een rechthoekige steen (cippus) die bekroond wordt door een kussenvormige versiering met twee ‘rollen’ aan weerszijden. Op de voorzijde hiervan zijn rozetten en een met linten versierde krans afgebeeld. Bovenop het altaar is een diepe uitholling waarin vloeistoffen, zoals wijn, geplengd konden worden als offergave aan de dode. Het vaatwerk waarmee dit gebeurde staat afgebeeld op de beide korte zijden van het altaar. We zien een offerschaal (patera) en een schenkkan in reliëf uitgewerkt.

Het overleden meisje is in hoog-reliëf geportretteerd in een medaillonvormige nis aan de voorzijde. Een deel van het haar van Caetennia Pollita is als een soort ‘pony’ naar voren gekamd. De rest van het haar rust in golvende lokken op haar schouder. In het haar draagt ze een soort sieraad. Het gezicht van het meisje heeft zachte trekken: een kleine neus, fijne lippen en dromerige ogen. Haar oren zijn daarentegen wel vrij geprononceerd. De jurk van het meisje is van haar rechterschouder is afgegleden. Op haar linkerschouder is nog een deel van een mantel afgebeeld. Het grafaltaar van Caetennia Pollita is gevonden in Rome tijdens de bouw van huizen achter de badgebouwen (thermen) van de Romeinse keizer Caracalla. Andere graven van de familie (gens) van het meisje zijn ontdekt onder de Sint Pieter.

De Romeinen kenden bij de geboorte van kinderen een oud gebruik waarbij de vader moest beslissen of de pasgeborene in leven mocht blijven. Wanneer de pater familias de baby die voor hem op de grond gelegd was optilde, was het jongetje of meisje officieel opgenomen in het gezin. Hij kon in bepaalde gevallen het kind ook weigeren: het werd dan verstoten en gedood of te vondeling gelegd. De kinderen uit de hogere Romeinse kringen – met name de jongens, maar ook wel wat meisjes – kregen een uitgebreid onderwijsprogramma. De paidagogos, een speciale slaaf begeleidde de kinderen naar school. Daar kregen ze les in onder andere lezen en schrijven, redenaarskunst en kennis van de Griekse en Romeinse literatuur.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: