Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Zwijn uit Etrurië

Het varken werd door de joden en Egyptenaren als onrein beschouwd, terwijl Grieken, Etrusken en Romeinen het dier juist offerden aan de goden. Aanvankelijk was het wilde everzwijn een vijand voor de boeren, maar uiteindelijk werd het dier gedomesticeerd en in kuddes gehoed. In de godsdienst was het varken erg belangrijk. Met name aan de landbouwgoden en -godinnen werden varkens en biggen geofferd. Dit Etruskische beeldje, waarschijnlijk een offergave, illustreert het voor de Romeinen ‘ideale zwijn’: kortbenig, sterk van nek, gedrongen gebouwd, groot, vet en met een kleine kop.

Het varken werd in de oude culturen van het Middellandse Zeegebied op verschillende manieren gewaardeerd. Voor de joden en Egyptenaren gold het dier als onrein en werd de consumptie van varkensvlees door rituele voorschriften verboden. Groepen die zich niet aan deze regels hielden werden ook voor onrein gehouden, met de daarmee samenhangende sociale gevolgen. Voor Grieken, Etrusken en Romeinen lag dit totaal anders. In de vroegste litteratuur komen al verwijzingen voor naar het hoeden van zwijnen en het offeren van dit dier aan verschillende godheden.

In de mythische oertijd was het wilde everzwijn nog een geduchte vijand van de landbouwer. De evers, die leefden in de woeste gebieden van Griekenland, vernielden van tijd tot tijd de met veel zorg en moeite aangelegde kleine akkertjes. Beroemde helden hielpen de landbouwers door jacht te maken op de woeste evers. Herakles doodde het Erymanthische everzwijn, Meleager wist de Calydonische ever te overmeesteren.

De wilde ever werd echter gedomesticeerd. In de Odyssee van Homeros wordt de kudde beschreven van de zwijnenhoeder Eumaios op Ithaka. Deze kudde telde zeshonderd zeugen en een aantal biggen en beren. In de afwezigheid van koning Odysseus deden de vrijers zich tegoed aan het vette vlees en kromp de kudde in tot driehonderdzestig varkens. Herdersjongens en vier wilde honden hielden de dieren in toom.

De populariteit van het varken was groot; in geen enkel boerenbedrijf ontbraken deze dieren, die op vele manieren nuttig waren voor de mens. Vrijwel alle delen van het dier konden worden gegeten of worden bewaard in de vorm van bijvoorbeeld gerookte ham, spek of worst. Hierbij was het varken ook nog erg vruchtbaar. Twee keer per jaar werd een groot aantal biggen geworpen, die deels als speenvarken konden worden verorberd (een lekkernij in het 5de-eeuwse Athene), deels de kudde konden aanvullen.

Ook in de cultus speelde het varken een rol van betekenis. Het dier werd aan vrijwel alle goden geofferd, met een voorkeur voor goden die zorgden voor de landbouw, zoals Demeter en Dionysos. Bekend is het ritueel tijdens de feesten voor Demeter, de Thesmophorin, waarbij jonge biggen in een onderaardse ruimte werden gegooid. Hun resten werden later als vruchtbare mest over de velden verspreid. Vondsten van biggetjes van terracotta bewijzen dat dit ritueel niet altijd even gruwelijk hoefde te zijn.

In Rome werd het varken beschouwd als het oudste offerdier: ook hier kon het gewijd worden aan diverse goden, met een voorkeur voor de goden van de akkerbouw, de onderwereld en de voorouders. In Etrurië was het offeren van een zwijn een vast onderdeel van het huwelijksritueel dat de jonggehuwden moesten volbrengen. Een speciaal offer – een drachtige zeug – werd eind januari gebracht aan de moedergodinnen van de akkerbouw, Ceres en Tellus. Bij plechtige gelegenheden werd het suovetaurilia-offer gebracht: een drievoudig offer van een varken (sus), een schaap (ovis) en een stier (taurus).

Als lekkernij stond het varken in de Romeinse keuken in hoog aanzien: in het kookboek van Apicius worden tweeëndertig verschillende onderdelen van het varken opgesomd met tweeëntwintig recepten. Favoriet was het ‘Trojaanse varken’, de porcus Trojanus. Zoals het Trojaanse paard verschillende Griekse krijgers in zijn buik verborgen hield, zo was dit varken gevuld met kippen, worst, eieren en groentesoorten. De consumptie van varkensvlees liep onder keizer Alexander Severus (222-235 na Chr.) zodanig uit de hand, dat een edict werd uitgevaardigd dat het slachten van drachtige zeugen en speenvarkens voor een bepaald periode verbood.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: