Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Danseres

Uit de omgeving van de Toscaanse plaats Cortona stamt dit beeldje van een danseres. Het is met grote verfijning vervaardigd. De danseres is weergegeven op het moment dat zij in een snelle beweging naar voren een pas uitvoert op de punten van haar voeten, misschien een pirouette. Haar kleding – een korte tunica, met daaroverheen een manteltje van dunne stof – wordt door de beweging tegen het lichaam aangedrukt en laat de contouren van bovenbenen, buik en borsten duidelijk zien. De plooien waaien sierlijk naar achteren uit. De voeten worden bedekt door halfhoge rijglaarsjes met open neus. Om de kuiten zijn de laarsjes dichtgebonden met een riempje. Onder de riem is een reep stof (of leer?) gedrapeerd, die om de kuiten naar beneden hangt. Deze loshangende elementen zullen bij de dans een speciaal effect gegeven hebben.

Het beeldje is bedekt met een diepgroene patina. Het lichaam is hol gegoten. Het hoofd en de armen zijn helaas verloren gegaan; zij waren met doken bevestigd aan de romp. De benen zijn apart gegoten en later aangezet. De zomen van zowel de tunica als het manteltje zijn ingelegd met drie banden van zilver. Ook de rijglaarsjes waren versierd met zestien zilveren knoppen, waarvan er nog vijf bewaard zijn gebleven.

Zowel de kleding als de danshouding doen sterk denken aan beeldjes van de Laren, huisgoden van de Romeinen, wier oorsprong teruggaat tot diep in de prehistorie van Italië. Oorspronkelijk waren de Laren ruwhouten beeldjes, die opgesteld stonden in het lararium, een soort huisaltaar. Ze personifieerden de geesten van de voorouders. In later tijd werden de Laren voorgesteld als een dansende jongeling met korte tunica en opwaaiende mantel. Als attributen droeg de Lar een rhyton (schenkhoorn) en een patera (offerschaaltje). Een ander type, de niet-dansende Lar, droeg een hoorn des overvloeds.

Van huisgoden ontwikkelden de Laren zich tot algemene beschermgoden. In de literatuur worden zij beschermers van kruispunten genoemd (Lares compitales), van woonwijken (Lares vicinales), van wegen (Lares viales), van zeereizen (Lares permarini) en van militaire ondernemingen (Lares militares). Onder keizer Augustus (27 v.Chr. – 14 na Chr.) werd de cultus van de Laren van hogerhand gestimuleerd en verbonden met de verering van de keizer: een beeldje van de genius Augusti (beschermgeest van de keizer) werd in elke wijk opgesteld in het Larenheiligdom van de Lares vicinales.

Ondanks de grote gelijkenis in danshouding tussen de Laren en het beeldje uit Cortona, kan dit laatste toch geen Lar verbeelden. De lichaamsvormen zijn immers uitgesproken vrouwelijk, terwijl Laren als jongemannen worden weergegeven. Toch is ook dit beeldje verbonden met de rituele wereld. Bij opgravingen in het naburige Arezzo werd in een woonhuis uit de 1ste eeuw na Chr. een lararium aangetroffen, waarin diverse bronzen beeldjes stonden opgesteld. Deze bestonden uit een Jupiter, een Mercurius, een priester, een vrouw met offerschaal, een kandelaber, een Lar en twee danseressen. De danseressen dragen een hoofddeksel in de vorm van een rieten mand, een kalathos. Dit element typeert hen als kalathiskos-danseressen.

Romeinen | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: