Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Reliëf met dodenmaal

Maaltijdscènes waren in de Oudheid heel populair. Ze stammen uit Mesopotamië en werden in de Grieks-Romeinse wereld snel overgenomen. Aanvankelijk werd dit motief alleen gebruikt voor de cultus van helden (stamvaders of stedenstichters). Later bedienden ook anderen zich van dit type afbeelding, en wel als grafreliëf dat dan een dodenmaal voorstelde. Uit de heldencultus stammen de attributen die bij dit soort afbeeldingen horen: een paard en wapenuitrusting om de machtige positie van de overledene te benadrukken, en een slang als aanduiding van de onderwereld.

Het aanliggen bij de maaltijd is een bekende gewoonte van Grieken en Romeinen. Van oorsprong stamt dit gebruik uit Mesopotamië, waar het een koninklijk gebruik was om de maaltijd half liggend te nuttigen. Vanaf circa 520 v.Chr. komen ook in Griekenland reliëfs voor met voorstellingen van mannen die liggend een maaltijd gebruiken, met name in Attica en omgeving. Deze reliëfs zijn vaak gewijd aan helden of heron. Dit zijn stervelingen uit het verleden die na hun dood geheroïseerd zijn, dat wil zeggen als helden goddelijke eer ontvingen. Vaak zijn heron mythische stichters van steden, of stamvaders van belangrijke families. Hun verering was lokaal van aard en verbonden met steden, heilige plaatsen en graven.

De heros-verering was in eerste instantie een dodencultus, waarbij de maaltijd een belangrijke plaats innam. Bij de begrafenis en op vaste tijden daarna werd bij het graf een ‘dodenmaal’ genuttigd. Het voedsel dat aan de heros werd aangeboden moest rein en bloedeloos zijn. Op het reliëf is te zien dat op de tafel vruchten, koeken in verschillende vormen en eieren staan opgediend. Andere elementen op de dodenmaalreliëfs zijn de attributen van de heros: als machtig man was hij in het bezit van een paard en wapenuitrusting. Paardenhoofden en wapens verwijzen naar deze status. Ook slangen komen regelmatig voor. Die staan in betrekking tot de onderwereld en de dodencultus. De heros wordt zelf ook als slang vereerd, bijvoorbeeld als de bekende arts-heros Asklepios (Aesculapius).

Een aantal elementen van het klassieke dodenmaal vinden wij terug op het hier afgebeelde reliëf, dat dateert uit de vroeg-Hellenistische periode (circa 300-250 v.Chr.). De scène wordt omgeven door pilasters en een daklijst. Op een aanligbed met zeer kunstig bewerkte poten aan het hoofdeinde liggen twee mannen. Zij steunen met de linkerarm op dubbelgevouwen kussens. De man links heeft zijn rechterhand op zijn buurmans schouder gelegd, terwijl hij in zijn linkerhand een drinkschaal vasthoudt. De man rechts heeft behalve een drinkschaal nog een drinkhoorn (rhyton) in zijn rechterhand. Beiden zijn gekleed in een mantel, die hun lichamen half bedekt.

Op het voeteneinde van het bed zit een vrouw, die als de echtgenote van de heros wordt geïnterpreteerd. Haar voeten rusten op een voetenbankje. Met haar rechterhand brengt zij een wierookoffer in een voor dat doel neergezet brandertje. Op de tafel voor het aanligbed staat de dodenmaaltijd opgediend: broden, vruchten en piramidevormige koekjes. In de linkerhoek is een naakt jongetje te zien, dat wijn serveert uit een groot vat. Hij houdt een kleine schenkkan en een rond voorwerp vast, misschien het deksel van het mengvat of een lege drinkschaal. Ook twee vaste attributen zijn afgebeeld: het paardenhoofd in een omlijsting linksboven en de slang die zijn kop opheft naar de offergaven op de tafel voor het ligbed.

In de Hellenistische periode kwam het gebruik in zwang om elementen uit de heron-cultus over te nemen in de gewone grafcultus. Dit gebeurde het eerst in Klein-Azië, het huidige West-Turkije. De Romeinen namen dit gebruik over. Ook in Nederland zijn Romeinse grafstenen gevonden met de afbeelding in Grieks-Hellenistische stijl van een heroïsch dodenmaal.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: