Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Zeegoden Okeanos en Triton

De zeegod Okeanos, het Griekse symbool voor de grote wereldzee, wordt weergegeven met kreeftenscharen op zijn golvende haren, een lange baard en hangsnor, een opengesperde mond en een doordringende blik. De kop diende als versiering van een putrand. Nog net te zien zijn de hengels van twee vissers aan weerszijden van Okeanos. Het andere stuk is een fragment van een sarcofaag. De figuren hierop zijn het zeemonster Triton, een halfnaakte zeenimf en twee cupido’s, de een met een fakkel, de ander op een dolfijn. De Triton houdt de achtersteven van het schip vast. De scène symboliseert de reis van de overledene naar de ‘Eilanden der Gelukzaligen’.

De grote mannenkop met golvende haren, lange baard en hangsnor, opengesperde mond, mopsneus en priemende ogen is de zeegod Okeanos. Hij is te herkennen aan de scharen van kreeften die boven zijn hoofd zijn afgebeeld. De expressieve kop is uitgevoerd in tamelijk diep reliëf; de beeldhouwer moet veelvuldig gebruik hebben gemaakt van een boor. De Okeanoskop is de decoratie van een cilindervormige putrand (puteal), die in de Oudheid een waterput bedekte. Het puteal kon afgesloten worden met een deksel, zo blijkt uit de uitsparing aan de bovenzijde. Het stuk is uit een massief stuk marmer gehouwen dat in het midden is uitgehold.

De zeegod Okeanos is in de Griekse mythologie de personificatie van de grote wereldzee. De Grieken meenden dat deze zee de aarde omspoelde en dat de hemellichamen zoals de sterren eruit opstegen. Okeanos was de zoon van de hemelgod Ouranos en Gaia, ‘moeder aarde’. Op het puteal zijn links en rechts van Okeanos vissers afgebeeld. Beide mannen zijn uitgerust met een hengel, vismand en een zonnehoed. Zij zitten op een rotsblok en zijn slechts gekleed in een soort lendendoek. De hengel met de gevangen vis houden ze triomfantelijk omhoog. Tussen de beide vissers in is nog een scène uitgewerkt met twee cupidootjes die in een bootje met een net aan het vissen zijn.

Het puteal toont qua thematiek overeenkomsten met het andere reliëf, een fragment van een sarcofaag of lijkkist. In beide gevallen zijn scènes afgebeeld die te maken hebben met de goden van de zee. Het reliëf van het sarcofaagfragment is minder diep uitgewerkt dan bij de putrand. De figuren die in de scène zijn afgebeeld, zijn als volgt te identificeren. Links zien we de voorzijde van een soort zeemonster. Hierna volgt een half-menselijk, half-dierlijk monster, een zogenaamde Triton. Deze Triton wordt bereden door een zeenimf. Haar bovenlijf is naakt; alleen haar benen zijn met een kleed bedekt. Boven de opgeheven rechterarm is een vliegend cupidootje te herkennen dat een fakkel in de hand houdt.

Binnen de Griekse en Romeinse mythologie is Triton de zoon van Poseidon en Amphitrite. Hij reed over het water samen met zeemonsters en nimfen. Gezamenlijk vormden zij het gevolg van de grote heerser over de zee, Poseidon. Triton blies op een schelp om de golven tot bedaren te brengen. De Triton op het sarcofaagfragment houdt een eigenaardig voorwerp vast. Het gaat om het achtersteven van een schip, in het Latijn aplustria. Geheel rechts is een tweede cupido afgebeeld. Het kereltje zit op de rug van een dolfijn en houdt zijn pijlkoker in zijn linkerhand.

De interpretatie van deze scëne houdt verband met de ideeën die de Grieken en Romeinen erop na hielden over het leven na de dood. Zij dachten dat de ziel van de overledene verre wateren moest oversteken om in de onderwereld de ‘Elysische Velden’ te bereiken. De scène op het sarcofaagfragment staat symbool voor de reis van de overledene op weg naar de ‘Eilanden der Gelukzaligen’.

Grieken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: