Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Askisten en de Odyssee

De Etrusken uit Volterra maakten hun askisten uit het albast dat in de omgeving werd gewonnen. De kisten stonden op richels langs de wanden in onderaardse familiegrafkamers. Het deksel was gemaakt in de vorm van een liggende figuur die steunt op de linkerarm. De nadruk lag op het hoofd. Het thema van het reliëf op de kist zelf was vaak gebaseerd op de Griekse mythologie. Op de hier afgebeelde askisten staan twee verschillende scènes uit de Odyssee van Homeros. In de ene ontvluchten Odysseus en zijn metgezellen het eiland van de cycloop Polyphemos (eerste afbeelding). De andere toont Odysseus die als zwerver vermomd in zijn paleis op Ithaca terugkeert (tweede afbeelding).

In juli 1826 arriveerden zes Etruskische askisten in Leiden. Ze waren eerder dat jaar aangekocht in Livorno door kolonel J.E. Humbert en stamden uit de collectie Giorgi uit Volterra. Het waren de eerste monumenten van deze soort op Nederlandse bodem. Het topstuk van de collectie wordt gevormd door de hier afgebeelde askist met als decoratie de vlucht van Odysseus en zijn makkers voor de cycloop Polyphemos (eerste afbeelding).

Volterraanse askisten uit de 3de-1ste eeuw v.Chr. zijn van albast of het eenvoudiger tufsteen vervaardigd. Albast werd in de omgeving van Volterra gewonnen en in lokale ateliers bewerkt tot vrij massieve askisten met deksel. Voor de decoratie van het reliëf werd vaak inspiratie opgedaan uit de Griekse mythologie. De dekselfiguren en de reliëfs werden met stucco aangevuld, beschilderd en verfraaid met onder meer bladgoud. Door inwerking van vocht in de onderaardse grafkelders zijn de meeste kleuren verloren gegaan.

De grafkamers in de necropolen rond Volterra zijn uitgehakt in de zachte tufbodem. Zij zijn rond of vierkant van vorm, met in het midden een zuil die het plafond steunt. De askisten stonden in deze familiegraven langs de wanden op richels opgesteld. Opvallend is de nadruk op het hoofd van de dekselfiguur. De portretten zijn seriematig vervaardigd en tonen eerder types dan individuele gelaatstrekken. De dekselfiguur is als het ware aanliggend aan een dodenmaal uitgebeeld, steunend op de linkerarm. In de rechterhand houden de overledenen attributen: plengschaaltjes, drinkhoorns en schrijftafeltjes voor de mannen; schaaltjes, waaiers en spiegels voor de vrouwelijke overledenen. Inscripties vermelden de naam en de leeftijd.

De voorstelling van de eerste askist is ontleend aan de Odyssee van Homeros. Op de terugtocht van Troje naar Ithaca raken Odysseus en zijn metgezellen verzeild op het eiland van de Cyclopen: eenogige reuzen, die in grotten wonen. Odysseus vindt onderdak in een grot die toebehoort aan Polyphemos, een zoon van de zeegod Poseidon. De Grieken worden aanvankelijk gastvrij onthaald, maar al gauw komt de ware aard van Polyphemos boven: hij ontpopt zich als een drankzuchtige kannibaal, die de Grieken in zijn grot opsluit en enkele makkers opeet.

Odysseus, die zich aan Polyphemos voorstelde als ‘Niemand’, ontkomt door een list. Hij voert Polyphemos dronken, verhit met zijn lotgenoten een gepunte paal en stoot deze in het oog van de reus. De Cycloop gilt van pijn, maar kan de boosdoeners niet meer traceren. Hij roept andere Cyclopen te hulp, omdat ‘Niemand’ hem kwaad heeft gedaan. De andere Cyclopen concluderen dat Polyphemos in een dronkemansroes verkeert en laten hem met rust. De volgende ochtend moet de blinde reus de steen voor de ingang van de grot wegrollen om zijn kudde schapen en rammen naar buiten te laten. Hij probeert daarbij de Grieken tegen te houden, maar zij ontsnappen hangend onder de dieren. De Grieken gaan scheep en verlaten het ongastvrije eiland. Bij de afvaart bespot Odysseus de Cycloop en vermeldt trots zijn ware naam.

Op de askist is afgebeeld hoe Polyphemos stenen gooit naar de vertrekkende Odysseus en zijn makkers. Hij staat voor de ingang van de grot. De kunstenaar heeft een typisch Etruskisch element aan de voorstelling toegevoegd: de vlucht wordt veilig gesteld door de vrouwelijke demon Vanth, die met geheven zwaard en mantel het zicht op de vluchtende boot als het ware ontneemt. Aangezien Polyphemos al blind was, was dit strikt genomen niet noodzakelijk. Ook afwijkend is de weergave van de reus met twee ogen in plaats van een, zoals beschreven door Homeros. Wij hebben hier duidelijk te maken met de Etruskische interpretatie van een Grieks verhaal.

De tweede askist toont een andere scène uit de Odyssee. Het reliëf laat Odysseus zien in zijn paleis op Ithaca, na zijn jarenlange zwerftochten. Hij is echter incognito, omdat het paleis min of meer bezet is door edellieden, die met zijn vrouw Penelope willen trouwen om zo het koningschap over Ithaca proberen te verwerven. Zij houdt al tien jaar lang alle avances af. Vermomd als zwerver verkent Odysseus eerst de toestand in het paleis. Na de onthulling van zijn identiteit schiet Odysseus de vrijers neer en doodt tevens dienaressen die het met de heren hadden aangelegd.

De scène die door de Etruskische beeldhouwer is gekozen toont Odysseus in zijn vermomming als bedelaar. Hij zit links in de hoek. Hij geniet bescherming van de beschermengel Vanth, zoals op de eerder beschreven askist. Vier van de edellieden doen zich tegoed aan spijs en drank. Zij heffen grote drinkhoorns en laten zich bedienen door een slaafje. Penelope zit rechts, tussen twee dienaressen in, van wie er een een juwelenkistje vasthoudt. Voor wie de afloop van het verhaal kent is de scène vol dreiging van het komende bloedbad. De Etrusken hadden een voorliefde voor dit soort ‘ingehouden’ spanning, vooral voor de decoratie van hun askisten.

Etrusken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: