Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Goden, mensen en dieren in brons

Deze beeldjes hebben een religieuze achtergrond en vaak vertellen ze iets over het dagelijks leven van de Etrusken. Het beeldje van een gevleugelde vrouw (eerste afbeelding) stelt Turan, de godin van de liefde voor. De satyr, volgeling van de wijngod Dionysos, is hier afgebeeld (eerste afbeelding) in een Etruskische danshouding. Waarschijnlijk was het een van de beeldjes die op de rand van een bronzen wijnvat een ‘rondedans’ uitvoerde. De griffioen (eerste afbeelding) is een fabeldier, een kruising tussen een adelaar en een leeuw. Dit is een votiefgift, volgens de inscriptie op de zijkant gewijd aan Tin(ia), de oppergod van de Etruskische godenwereld. Het langgerekte beeldje van een offerende jongeman (tweede afbeelding) is ook een wijgeschenk. Naar hun abstracte vorm worden dit soort Etruskische beeldjes wel ‘lintfiguren’ genoemd.

Onder de collectie kleinere bronzen beeldjes van het Rijksmuseum van Oudheden bevinden zich enkele exemplaren die informatie verschaffen over religie en dagelijks leven van de Etrusken. Een massief gegoten beeldje van een gevleugelde vrouw stelt de godin van de liefde voor. De Etrusken noemden haar Turan. In haar linkerhand draagt zij een bloem als vruchtbaarheidssymbool. Het haar is strak naar achteren gekamd en valt tot diep over de rug. De fijne gelaatstrekken verraden stijlinvloeden uit het Oost-Griekse gebied (Ioni). Om haar mond speelt de ‘Archaïsche’ glimlach, de weergave van de lippen in de Griekse sculptuur van de 6e eeuw v.Chr. Ze draagt korte laarsjes met een wijde schacht, die in twee punten aan voor- en achterzijde uitloopt. De naam Turan betekent waarschijnlijk ‘zij die geeft/schenkt’, een passende naam voor een liefdesgodin.

Satyrs zijn de volgelingen van de wijngod Dionysos. Ze komen regelmatig in de Etruskische kunst voor, bijvoorbeeld in de terracotta dakversiering van tempels. De hier afgebeelde bronzen satyr maakt een elegante beweging: in een danspas heeft hij het ene been voor het andere geplaatst, maar de nadruk ligt op de handen. Hand- en armgebaren waren belangrijk in de Etruskische dans: de satyr heft de rechterarm vooruit, de linkerarm is naar achteren gestrekt. Dergelijke danshoudingen komen ook voor op wandschilderingen in de graven van Tarquinia. Het bronzen beeldje is waarschijnlijk samen met andere stukken bevestigd geweest op de rand van een bronzen wijnvat, waar zij een ‘rondedans’ uitvoerden.

Veel van de kleine bronzen zijn bewaard gebleven doordat ze als votiefgaven aan een godheid zijn gewijd. Wanneer de heiligdommen te vol raakten, werden de votiefgaven begraven op het tempelterrein in votiefkuilen. Zo ontliepen de bronzen het lot omgesmolten te worden en hebben ze de tand des tijds doorstaan. Sommige bronzen zijn door inscripties gekenmerkt als votiefgaven. Een voorbeeld is de kleine griffioen, een fabeldier met de kop en de vleugels van een adelaar en het lichaam van een leeuw. Dit beeldje uit de omgeving van Cortona draagt op een van de zijden de inscriptie TINSCVIL, ‘gewijd aan Tin(ia)’, de oppergod van de Etruskische godenwereld.

Het langgerekte, platte bronzen beeldje is ook een wijgeschenk. Het stelt een offerende jongeman voor, die een schaaltje uitgiet en in zijn linkerhand een vrucht vasthoudt. Een typisch Etruskisch element is het totaal veronachtzamen van de proporties van het menselijk lichaam. De oorsprong van dergelijke ‘lintfiguren’ ligt in Zuid-Etrurië en het aangrenzende Latium. Al vanaf de 8ste eeuw v.Chr. komen hier beeldjes voor die uit een dunne plaat metaal zijn gesneden. De abstracte vormen van deze Etruskische beeldjes hebben ook in later tijd invloed gehad: van de Italiaanse beeldhouwer Giacometti is bekend dat hij zich door dergelijke figuren liet inspireren in zijn bronsplastiek.

Etrusken | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: