Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Prehistorisch vissen

Jarenlang was de kano van Pesse het enige vaartuig uit de steentijd dat in Nederland gevonden was. Deze boomstamkano was in 1955 van een vrachtwagen gevallen en toevallig door een in de buurt wonende landbouwer herkend als een mogelijk door mensen bewerkt object. Het bleek na onderzoek door een aantal specialisten de oudste boomstamkano ter wereld te zijn.

In het midden van de jaren zeventig is bij het onderzoek op de Hazendonk een tweede kano ontdekt. Deze is met een leeftijd van 5000 jaar van jongere datum dan de kano van Pesse. Tijdens dezelfde opgraving werd ook een peddel ontdekt. Daar bleef het niet bij want kort daarop werd bij Hekelingen ook een neolithische peddel opgegraven.

Deze vondsten geven al aan hoe belangrijk de boten voor de prehistorische mens waren om ons waterrijke land te exploiteren. Boten waren nodig om meren en plassen over te steken, uitrusting te vervoeren en de jacht- en visbuit weer mee naar de nederzetting te nemen. Ze waren essentieel voor vervoer en communicatie.

De belangrijkste activiteiten die in dit natte gebied werden uitgevoerd waren de jacht en visvangst. Vooral de visvangst zal een grote bijdrage aan het dagelijks menu hebben geleverd. De laatste dertig jaar is er veel visgerei opgegraven. De hoeveelheid visresten die bij dit onderzoek werd geborgen, heeft een omvang die niet meer te tellen is.

Tot een van de meest imposante vondsten kunnen vijf visfuiken gerekend worden die bij opgravingen in 1978 bij Bergschenhoek aan het licht kwamen. n exemplaar was buitengewoon gaaf bewaard gebleven; de vier andere waren in meer of mindere mate beschadigd. Deze 6200 jaar oude fuiken waren gemaakt van twijgen van de rode kornoelje. De twijgen waren met elkaar verbonden door een lang doorlopend touw, dat gemaakt is van een vezelachtig materiaal. De fuik had oorspronkelijk een de vorm van een sigaar. Het gewicht van de bedekkende grond had de fuik plat gedrukt. Door de trechtervormige inkeling konden de vissen in de fuik zwemmen; eenmaal in de fuik was er geen weg meer terug.

De gebruikers van de fuiken hadden een klein kampje ingericht op een groot brok drijvend veen, vanwaar men kon vissen en op vogels jagen. Om droge voeten te houden was het eilandje herhaaldelijk opgehoogd met rietbossen, planken, (waarschijnlijk de resten van een oude kano) en een oude fuik. Men stookte er een klein vuurtje. Mogelijk brandde dit ’s nachts om vis aan te trekken. Het belang van de visvangst is ook af te leiden uit de talrijke visresten die werden opgegraven. Het zijn de resten van zoetwatervissen als snoek, meerval, paling, baars, voorn en karperachtigen. Bij het onderzoek van de jongere vindplaats te Hekelingen werd in een kleine kreek een visweer blootgelegd. Deze vindplaats bevond zich in het getijdengebied van de zee. Bij hoog water stroomde het brakke water in de kleine kreek en konden de vissen de kreek binnen zwemmen. Bij eb werd de weer gesloten en kon de vis er niet meer uit. De belangrijkste vissoort die werd gevangen, was de drie meter lange steur. Ook de snoeken en harders maakten onderdeel uit van het menu.

Behalve het vissen met fuiken en visweren, waren in het neolithicum ook andere vismethoden bekend. In Vlaardingen werd gevist met netten en aalkubben. Vrijwel identieke aalkubben werden nog kort geleden bij de IJsselmeervisserij gebruikt. Het is opmerkelijk dat ondanks de goede conserveringsomstandigheden in West-Nederland vishaken zo weinig bewaard zijn gebleven. Het vissen met haken was blijkbaar niet erg succesvol. Alleen uit een graf in Molenaarsgraaf zijn drie stuks bekend. Het zijn benen vishaken zonder oog en weerhaak. Het zijn de voorlopers van onze moderne vishaken.

Nederland in de Prehistorie | Relevante voorwerpen

Alle topstukken

Bezoek ons: