Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Oudste tekening van Nederland

In september 1997 werd een kiezelsteen gevonden met de oudste tekening van Nederland. De steen werd gevonden tijdens opgravingen van het Rijksmuseum van Oudheden en de Universiteit Leiden in het Limburgse St. Odilinberg. Vindplaats was een twaalfduizend jaar oud jachtkampje uit de Oude Steentijd.

De tekening op de 9 bij 5,5 centimeter metende steen is de oudste ooit in Nederland gevonden. Tot dan toe golden de eveneens in Limburg gevonden ‘Danser van Wanssum’ en de ‘Venus van Geldrop’ als de oudste, die respectievelijk elfduizend en tienduizend jaar oud zijn. Het feit dat de bewuste steen uit een kampje afkomstig is dat slechts eenmaal werd gebruikt, geeft de onderzoekers zekerheid over de ouderdom van de tekening.

Op de steen is een diep uitgesneden driehoek te zien, opgevuld met zorgvuldig gegraveerde dwarslijntjes. De tekening moet zijn gemaakt met een vuurstenen werktuig. De betekenis is vooralsnog onduidelijk, mede door het ontbreken van een deel van de steen. Het kan zijn dat de tekening een algemene symbolische betekenis voor de steentijdjagers had. Maar het zou ook een afbeelding van een tent kunnen zijn, of wellicht had de driehoek een seksuele of erotische betekenis.

De vondst is gedaan door het onderzoeksteam van dr. Leo Verhart, voormalig conservator Nederlandse Prehistorie van het Rijksmuseum van Oudheden en leider van het archeologische `Maasdalproject’ dat beide Leidse instellingen tussen 1993 en 1999 in samenwerking met de Heemkundevereniging Roerstreek uitvoerden. Nabij St. Odilinberg werd in 1997 gedurende zes weken onderzoek gedaan op een terrein waar amateurarcheologen sinds 1985 rond de 500 vuurstenen aan het oppervlak hebben aangetroffen. Bij de eerste opgravingen in 1993 werd een zeer zeldzaam, slechts één keer gebruikt kamp van jagers uit de Oude Steentijd aangetroffen, dat ernstig bedreigd werd door ruilverkaveling en erosie. Dit jachtkamp is uiteindelijk opgegraven en bestaat voornamelijk uit afval van de bewerking van vuursteen en afgedankte werktuigen.

In 1999 werd bij een opgraving in het Limburgse Posterholt door een team archeologen van de Universiteit Leiden, onder leiding van dr. Leo Verhart, voormalig conservator Prehistorie van het Rijksmuseum van Oudheden, een jagerskamp gevonden uit 7000 v.Chr. Bijzonder was dat de vindplaats vrijwel niet was aangetast door latere bewoning. De sporen zijn daardoor nog duidelijk herkenbaar, ook voor niet-archeologen. Uit de gevonden werktuigen kon worden afgeleid dat er werd gejaagd, werktuigen werden gemaakt, huiden schoongemaakt en vuursteen, hout, been en gewei werden bewerkt. De kampvuren werden in diep gegraven kuilen gestookt en hoofdzakelijk gebruikt voor het bereiden van voedsel. De vondsten wijzen erop dat de jagers hier lange tijd hebben gebivakkeerd.

Het onderzoeksproject naar de vroegste bewoning van Limburg leverde in totaal vijfentwintig vindplaatsen op. Een van de bevindingen van het onderzoek was dat de plek van een jagerskamp afhankelijk was van het seizoen. In de dalvlakte lagen kleine kampen waar groepjes jagers kortstondig vooral in het voorjaar en zomer verbleven. Na een verblijf van een of twee nachten trokken de jagers weer verder. Op de hogere delen van het dal liggen veel grotere kampen, die in het najaar en de winter werden gebruikt. In die tijd was er een overvloed aan hazelaars te vinden, een calorierijke voedselbron, die ervoor zorgde dat men voor korte tijd minder afhankelijk was van de jacht en visvangst.

Nederland in de prehistorie | Relevante voorwerpen

Bezoek ons: