Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

De eerste graven

De meeste voorwerpen uit het verleden zijn door toeval in de grond terecht komen. Ze werden verloren of weggegooid. Soms zijn ze doelbewust in de grond gestopt, bijvoorbeeld bij het begraven van de doden met hun bijgiften. Vandaar dat begravingen belangrijke informatiebronnen zijn voor de archeoloog. Immers, de manier waarop mensen in het verleden met hun doden omgingen en ook de mogelijke gedachtenwereld van de prehistorische mens kunnen zo ten dele achterhaald worden. Het ritueel dat bij de begraving hoort, is afhankelijk van de positie van de overledene. We zien dat nu ook. Een koningin, bijvoorbeeld, wordt op een andere manier begraven dan een loodgieter. Daarnaast valt er wat af te leiden uit het aantal en het karakter van de grafgiften die worden meegegeven. Die blijken dan vaak afhankelijk te zijn van de positie van de dode in de samenleving. Archeologen gaan er vanuit dat iemands status wordt weerspiegeld in het aantal grafgiften en de relatieve waarde ervan.

Een goed voorbeeld van deze uitgangspunten is de analyse van het grafveld van de eerste boeren in ons land. In 1964 werd tijdens een grootschalig onderzoek van een nederzetting in Elsloo, uit de bandkeramische periode, ook een klein grafveld ontdekt met 113 graven. De doden bleken op de zij liggend met opgetrokken knien en met de handen voor het gezicht te zijn begraven (inhumatie), dan wel te zijn verbrand (crematie) en bijgezet in een kleine kuil. Een donkere verkleuring in de grond geeft de plaats aan waar de dode oorspronkelijk lag. De botresten, met uitzondering van de emailkapsels van tanden, waren niet bewaard gebleven. Vaak tekende de grafkuil zich rood af omdat er over de dode een grote hoeveelheid rode oker was gestrooid.

Aan ongeveer de helft van de doden werden grafgiften meegegeven, zoals versierde en onversierde complete potten, aardewerkscherven, vuurstenen werktuigen als pijlspitsen, messen en krabbers, dissels, maalstenen, sieraden en brokken rode oker. De andere helft van de doden kreeg geen grafgiften mee. Dit wil niet zeggen dat ze ook werkelijk niets meekregen, want alle organische materialen als been, hout, leer, veren en schelpen zijn vergaan. In Duitsland, waar de conserveringsomstandigheden soms gunstiger zijn, bleek dat een dode soms alleen maar een stuk vlees meekreeg. Maar omdat het archeologische resultaat van zo’n bijgift, een bot, in de Zuid-Limburgse bodem niet bewaard kan blijven, moeten er ons beperken tot de onvergankelijke materialen steen, vuursteen en aardewerk.

Aan de hand van de grafgiften kan een onderscheid gemaakt worden in vrouwen- en mannengraven. De mannen werden begraven samen met hun jachtgerei (pijlen en boog), hun houthakkersgereedschap (een zware dissel) en aardewerk, dat meestal onversierd was. De vrouw en kregen vooral maalstenen mee, aardewerk en brokken oker. Aan zowel mannen als vrouwen werden ook messen, kleine dissels en enkele vuurstenen afslagen meegegeven.

Het is in zo’n grafveld makkelijker het verschil vast te stellen tussen mannen en vrouwen dan te reconstrueren hoe de sociale structuur van de totale samenleving eruit heeft gezien. De vaststelling uit antropologisch onderzoek dat oudere en meer ervaren personen ook een groter aantal bijgiften hebben, lijkt ook voor Elsloo op te gaan. Er zijn inderdaad rijkere en armere graven te onderscheiden. Maar voor de reconstructie van de toenmalige samenleving is er nog een ander groot probleem. Het blijkt dat niet iedereen werd begraven. In de bandkeramische grafvelden uit Duitsland zijn kinderen ondervertegenwoordigd. Dat is vreemd omdat in het neolithicum juist de kinderen de grootste sterftekans hadden. Ook bleek dat nogal wat personen gewoon in kuilen tussen de huizen begraven werden, vaak zonder bijgiften.

De omvang van de nederzetting van Elsloo wijst op een inwoneraantal over de gehele gebruiksperiode van ca. 250 personen. Dit betekent dat in de 400 jaar dat de nederzetting bewoond was, maar ongeveer de helft van de bewoners in het grafveld werd begraven. Het beeld dat we van de samenleving hebben is dus sterk vertekend, omdat we waarschijnlijk alleen de graven van de bandkeramische ‘happy few’ hebben.

Nederland in de Prehistorie | Relevante voorwerpen

Alle topstukken

Bezoek ons: