Klik nogmaals op de knop om de filters te resetten Sluiten

Benen werktuigen

Wat in het verleden is gebruikt, heeft de tand des tijds niet altijd goed doorstaan. Regen, zon, wind, extreme hitte en vorst hebben hun vernietigende werking gedaan. Vooral gebruiksvoorwerpen die van sterk vergankelijke materialen zijn gemaakt, hebben het zwaar te verduren gehad. Het meeste dat gevonden wordt is van onvergankelijk materiaal, vrijwel altijd steen. Echter, slechts een zeer klein deel van de gebruiksvoorwerpen was van dat onvergankelijke steen gemaakt. Zeer veel werktuigen moeten van hout, bast, been, gewei, huiden en planten vervaardigd zijn geweest. Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn ze bewaard gebleven. Zo zijn in Denemarken bij onderwateropgraving en onlangs weefselresten ontdekt met een ouderdom van ongeveer 7000 jaar. Ze waren gemaakt van plantenvezels die op een primitieve wijze tot een kledingstuk waren gebreid. De stukjes zijn waarschijnlijk afkomstig van een trui of muts. Dergelijke oude weefselresten wijzen erop dat de jagers en verzamelaars in het verleden niet altijd alleen maar in dierenvellen rondliepen.

In ons eigen land waren vondsten van organisch materiaal die dateren uit het mesolithicum, tot voor kort zeer zeldzaam. In de meeste gevallen waren het werktuigen van been en gewei die bij baggerwerkzaamheden of kanalisatie van beken te voorschijn kwamen. De laatste jaren is de zeldzaamheid wat afgenomen.

Aan het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw kenden we uit Nederland welgeteld n getande benen spits. Inmiddels zijn er door de aanleg van de Maasvlakte ten westen van Rotterdam en werkzaamheden in het kader van de kustverdediging ongeveer 500 stuks bijgekomen. Het gaat daarbij steeds om losse vondsten die niet in hun oorspronkelijke context zijn aangetroffen. Dit bemoeilijkt de beantwoording van vragen als hoe ze gemaakt zijn, waarvoor ze gebruikt werden, of ze uit nederzetting en komen of wellicht verloren jacht- en visgerei betreft. De getande spitsen werden gemaakt van de botten van oerossen en de geweien van edelherten. Daaruit werden lange repen gesneden die door slijpen en kerven in de gewenste vorm werden gebracht.

Voor de beantwoording van de vraag waarvoor ze gebruikt waren, moeten de gegevens in het buitenland gezocht worden. Uit andere delen van Europa, met name Zweden, Denemarken en de Baltische landen, zijn vondsten bekend van gestorven dieren die aan de jagers waren ontsnapt. Na de vlucht zijn ze toch omgekomen en werden in hun skeletten een of meer spitsen gevonden. Hieruit kan worden afgeleid dat de grote spitsen zijn gebruikt voor het jagen op grote dieren als eland, edelhert en wild zwijn. Ook werd ermee jachtgemaakt op zeezoogdieren als zeehonden, en op zoetwatervissen als de snoek. De kleine spitsen fungeerden als pijlpunten waarmee op kleinere dieren als ree, bever, pelsdieren, vogels en vissen gejaagd werd. Niet alleen dieren werden gedood. In een Deens grafveld ten noorden van Kopenhagen, uit het mesolithicum, werd het skelet van een man blootgelegd in wiens hals nog een benen speerpunt stak die tot zijn dood moet hebben geleid.

Het grote aantal en de samenstelling van de vondsten van de Maasvlakte suggereren dat het verloren gegaan jacht- en visgerei betreft. Maar als de spitsen afkomstig waren uit een gewone nederzetting, dan hadden er ook vuurstenen werktuigen en andere benen voorwerpen als hakken en bijlen gevonden moeten zijn. Dit nu is niet het geval.

In de periode waaruit de vondsten stammen, steeg de zeespiegel sterk. De Noordzee was toen nog gewoon land, waarin de waterafvoer stagneerde en grote meren en plassen konden ontstaan. In dit gebied leefden grote zoogdieren en was er een enorme rijkdom aan vis en trekkende watervogels. Het was het ideale gebied voor de mesolithische mens om aan de kost te komen.

Nederland in de Prehistorie | Relevante voorwerpen

Alle topstukken

Bezoek ons: