Herkomst van de museumcollectie

Deze webpagina geeft informatie over voorwerpen die beheerd en gepresenteerd worden door het Rijksmuseum van Oudheden. We gaan in op de meest voorkomende vragen aan het museum over eigendomskwesties en verwervingszaken. Naar aanleiding van actuele thema’s wordt deze pagina regelmatig bijgewerkt. Mocht u meer willen weten of heeft u aanvullende vragen, mail dan naar info@rmo.nl.

Het Rijksmuseum van Oudheden beheert en presenteert al meer dan tweehonderd jaar een rijke en omvangrijke collectie oudheden uit Nederland en Europa, het Mediterrane gebied, Egypte en het Midden-Oosten. De collectie bestaat uit schenkingen en nalatenschappen en is gegroeid door opgraven, verwerven, ruilen en aankopen.

Herkomstgeschiedenis

Bij elk voorwerp is naast historische informatie ook de herkomstgeschiedenis belangrijk. Dit verhaal is onlosmakelijk verbonden met het voorwerp. Het Rijksmuseum van Oudheden is zich bewust van het feit dat er verschillend wordt gedacht over eigendom van cultuurgoederen, het juridische kader en de zelfregulering in de Ethische code voor musea. Ook beseft het museum dat de manier waarop er tegenwoordig naar de herkomst van museale cultuurgoederen gekeken wordt sterk verschilt met die in het verleden.

Verwervingen toen en nu

Bij verwervingen waren in het verleden esthetiek en een sterke relatie met de eigen collectie belangrijker dan de herkomst en context van een object. De toenmalige juridische kaders lieten dat toe en het publiek stelde geen vragen bij deze handelingswijze. Sinds de jaren 1990 is dit aan het veranderen en wordt er verwacht dat musea alleen collecties met een betrouwbare verzamelgeschiedenis verwerven. Het Rijksmuseum van Oudheden vindt dit een goede ontwikkeling.

Veel gestelde vragen

1. Hoe zijn de oudheden in het Rijksmuseum van Oudheden terechtgekomen?

De museumcollectie bestaat uit voorwerpen die sinds 1818 verkregen zijn door schenkingen, nalatenschappen, aankopen, ruilhandel en opgravingen. Het Rijksmuseum van Oudheden ziet tegenwoordig nauwlettend toe dat er geen twijfel is over de legitieme herkomst en geschiedenis van nieuwe verwervingen.

2. Is het Rijksmuseum van Oudheden de eigenaar van de oudheden die in het museum te zien zijn?

Het Rijksmuseum van Oudheden is een stichting die door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is aangewezen om de nationale collectie oudheden te beheren, te behouden, te verrijken en te ontsluiten. Het museum zelf is dus geen eigenaar, de collectie is van de Nederlandse Staat. Naast 200.000 museale voorwerpen beheert het Rijksmuseum van Oudheden ook een archief uit twee eeuwen.

3. Hoe zorgt het Rijksmuseum van Oudheden dat de objecten goed worden beheerd?

Het Rijksmuseum van Oudheden heeft verschillende specialisten in dienst, zoals collectiebeheerders en restauratoren, die de conditie van de objecten regelmatig onderzoeken en actie ondernemen indien dat noodzakelijk is. In het museumgebouw en de depots, maar ook op de verschillende bruikleenlocaties, worden temperatuur en luchtvochtigheid zorgvuldig gemonitord en stabiel gehouden om te zorgen dat de collectie zo goed mogelijk behouden blijft.

4. Waarom liggen veel Nederlandse oudheden in het Rijksmuseum van Oudheden?

Het Rijksmuseum van Oudheden is de centrale plaats voor de oudheid in Nederland, waar tot 1945 ook de belangrijkste Nederlandse archeologische vondsten naar toe gingen. In de laatste jaren is er een verschuiving te zien in de rol die het museum vervult in Nederland. Het fungeert steeds meer als beheerder van een nationale collectie oudheden die zowel fysiek als digitaal inclusief toegankelijk dient te zijn. Het museum werkt samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, provincies, gemeenten en lokale initiatieven om dit erfgoed op verschillende manieren, waaronder via langdurige en kortlopende bruiklenen, zichtbaar te maken.

5. Gaan opgegraven vondsten in Nederland automatisch naar het Rijksmuseum van Oudheden?

Nee, tegenwoordig niet meer. Tot 1945 werden veel Nederlandse vondsten toegewezen aan het museum. Na de Tweede Wereldoorlog werden opgegraven oudheden eigendom van de provincies of gemeenten. Soms kan besloten worden om nieuwe vondsten aan de nationale collectie oudheden toe te voegen en komen deze stukken vervolgens in het Rijksmuseum van Oudheden terecht. Dit gaat in overleg met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

6. Waarom laat het Rijksmuseum van Oudheden voorwerpen uit andere landen zien?

Volgens Caspar Reuvens, de eerste directeur van het Rijksmuseum van Oudheden, was de Nederlandse geschiedenis sterk verbonden met de Klassieke wereld. Het museum verzamelde daarom vanaf de oprichting in 1818 naast Nederlandse oudheden ook voorwerpen uit het Middellandse Zeegebied, Egypte en het Midden-Oosten. Deze indeling is blijven bestaan. Het museum onderschrijft daarnaast het belang van het tonen van meerdere culturen, tegenwoordig juist om wederzijds respect en inclusiviteit te stimuleren.

7. Het Rijksmuseum van Oudheden graaft al meer dan zestig jaar in andere landen op. Is dat altijd met toestemming van de plaatselijke autoriteiten gebeurd?

Opgravingen van het Rijksmuseum van Oudheden zijn altijd met toestemming van de plaatselijke autoriteiten uitgevoerd. De eerste opgraving die het museum in het buitenland organiseerde was in 1956 op Kreta. Sindsdien heeft het Rijksmuseum van Oudheden in verschillende landen archeologisch onderzoek uitgevoerd, waaronder Egypte, Syrië en Jordanië.

8. Mag het Rijksmuseum van Oudheden vondsten uit eigen opgravingen in het buitenland mee naar Nederland nemen?

Nee, tegenwoordig blijven alle bodemvondsten eigendom van het land waar ze worden gevonden. Het betreffende land kan natuurlijk beslissen om vondsten over te dragen. Het Rijksmuseum van Oudheden ontving in de afgelopen veertig jaar enkele keren opgegraven materiaal uit Syrië, Jordanië en Egypte.

9. Het Rijksmuseum van Oudheden beheert koloniale cultuurgoederen. Moeten die terug?

Uit voormalige Nederlandse koloniën heeft het Rijksmuseum van Oudheden negen voorwerpen. Tot nu toe heeft het museum geen aanwijzingen gevonden dat deze oudheden onvrijwillig of onterecht zijn verworven. Het museum beheert meer archeologische objecten uit landen, zoals Tunesië en Egypte, die in het verleden door andere landen gekoloniseerd werden. Het Rijksmuseum van Oudheden onderzoekt regelmatig de beschikbare herkomstinformatie van koloniale cultuurgoederen. Wanneer een herkomstland een onderbouwde claim indient, zal het museum na bevestiging uit eigen onderzoek de eigenaar van de nationale collectie, de Nederlandse Staat, adviseren het betreffende voorwerp onvoorwaardelijk terug te geven.

10. Beheert en toont het Rijksmuseum van Oudheden roofkunst?

Roofkunst is cultuurgoed dat onder oorlogsomstandigheden en zonder toestemming van de eigenaar is verkregen. Tegenwoordig wordt ook onterecht verkregen koloniale kunst hiertoe gerekend. Het Rijksmuseum van Oudheden doet voortdurend onderzoek naar de verwervingsgeschiedenis van de oudheden in de collectie. Indien er aanwijzingen zijn dat een voorwerp middels roof is verkregen, zal het museum de eigenaar van de nationale collectie, de Nederlandse Staat, adviseren het betreffende voorwerp onvoorwaardelijk terug te geven.

11. Horen collecties uit andere landen in het Rijksmuseum van Oudheden?

Het tonen van oudheden uit verschillende gebieden en culturen is educatief en draagt bij aan culturele verdraagzaamheid en begrip. Omdat er verschillend gedacht wordt over het bezitten van oudheden uit andere landen, is voor het Rijksmuseum van Oudheden de juridische onderbouwing in principe leidend. Daarbij geldt dat oudheden die in het verleden conform de toenmalige wettelijke kaders zijn verworven, eigendom zijn van de Nederlandse Staat. Het Rijksmuseum van Oudheden verbindt zich daarnaast aan het UNESCO-verdrag uit 1970 over illegale handel in culturele goederen. Met herkomstlanden wordt regelmatig gesproken over verwervingen uit het verleden en het heden. Dit kan leiden tot een heroverweging van het eigenaarsrecht.

12. Kan het Rijksmuseum van Oudheden een voorwerp verwerven als de herkomstinformatie ontbreekt of onjuist is?

Tegenwoordig is een betrouwbare herkomstgeschiedenis een voorwaarde om een oudheidkundig voorwerp te verwerven. Formeel is de herkomstgeschiedenis de afgelegde weg van de vindlocatie tot in het museum, inclusief alle tussenhandelaren en eigenaren. Van de meeste oudheden is deze geschiedenis incompleet, omdat veel oudheidkundige verzamelingen zijn ontstaan toen bewijsvoering nog niet nodig was. Het Rijksmuseum van Oudheden grijpt in de praktijk dan terug op juridische kaders, zoals het UNESCO-verdrag uit 1970. Slechts indien de collectie een zodanig buitengewone betekenis heeft voor de wetenschap of bijvoorbeeld bestaat uit voorwerpen met een uniform karakter en geringe geldelijke waarde, mag er conform de ethische en juridische kaders een uitzondering gemaakt worden op deze handelswijze.

13. Waarom verwerft het Rijksmuseum van Oudheden nog?

Nationale collecties zijn volgens de Erfgoedwet een bron van kennis, historisch besef, identiteit en een bron voor inspiratie en vernieuwing. Om te blijven inspireren en inclusiever te worden is het van belang om de museumcollectie regelmatig te evalueren en haar profiel aan te scherpen. Nieuwe aanwinsten zorgen voor beweging en ontwikkeling van het museum en zijn een motor voor kennisverwerving. Om te zorgen dat het Rijksmuseum van Oudheden een modern en inclusief verhaal over de oudheid kan vertellen en om ontbrekende kennis aan te vullen, verwerft het museum nog steeds oudheden.

14. Mag het Rijksmuseum van Oudheden menselijke resten en voorwerpen uit graven laten zien? Is dat niet grafschennis?

Als voorwerpen en menselijke resten uit graven worden gehaald zonder toestemming van verwante familieleden valt dat onder grafschennis. De oudheden in het Rijksmuseum van Oudheden zijn niet te relateren aan levende personen, waardoor toestemming niet kan worden verkregen. Het land van herkomst fungeert dan als eigenaar en kan wel of geen toestemming geven om een graf op te graven. Het Rijksmuseum van Oudheden vindt het belangrijk om de verhalen over leven en dood in de oudheid te vertellen. Het museum probeert dat met respect te doen, maar beseft dat er over het tonen van grafvondsten verschillend gedacht wordt.

15. Hoe vaak is er een verzoek tot teruggave bij het Rijksmuseum van Oudheden ingediend?

In de eenentwintigste eeuw is het twee keer voorgekomen dat een voorwerp in de museumcollectie door een herkomstland is teruggevraagd. Eén van deze oudheden is door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overgedragen aan Italië. Belangrijke herkomstlanden, zoals Egypte, Tunesië en Griekenland, hebben tot nu toe geen claims ingediend. Daarnaast heeft het Rijksmuseum van Oudheden in de eenentwintigste eeuw twee voorwerpen aan erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaren teruggegeven omdat het nazi-roofkunst betrof. Het museum ontvangt ook af en toe verzoeken van regionale musea en gemeenten om lokaal erfgoed over te dragen. Alhoewel herplaatsen van nationaal erfgoed naar gemeenten in principe mogelijk is, kan meestal niet voldaan worden aan de voorwaarden die van toepassing zijn om oudheden duurzaam te beschermen. Omdat het Rijksmuseum van Oudheden het belangrijk vindt dat de nationale collectie voor iedereen zichtbaar en toegankelijk is, verstrekt het museum veel tijdelijke en langdurige bruiklenen aan regionale musea.

Lees meer op de pagina Definities herkomst en musea

  • Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 29-07-2021.