Een telegram en een tekening

Het telegram van A.F. van BeurdenHet telegram van A.F. van Beurden
De tekening van A.F. van BeurdenDe tekening van A.F. van Beurden

"Deskundig onderzoek hooggewenscht"

De eerste die melding maakte van de vondst van de helm was de hervormde predikant B. de Jong. Op vrijdag 17 juni 1910 schrijft hij aan het Rijksmuseum van Oudheden dat "verleden woensdag ... een mooie helm" in het veen is gevonden. In zijn brief schetst hij ook de vindplaats "op de grens van zandgrond en veen".

Telegram en tekening

Drie dagen later stuurt de amateur-archeoloog A.F. van Beurden uit Roermond een telegram naar Leiden. Hij geeft aan dat de helm veilig is overgebracht naar het raadhuis van Meijel. Hij maant het museum tot spoedige actie. Van Beurden was die dag bij turfsteker Gebbel Smollenaars op bezoek geweest. Hij ziet direct het belang van de vergulde helm in. Behalve het telegram stuurt hij per post ook een tekening van de gevonden objecten naar het Rijksmuseum van Oudheden. Op deze eerste documentatie van de vondst zijn onderdelen van de helm te zien: wangklep, achterklep en neusbeschermer. Verder een belletje, een fibula, een ruiterspoor en één van de munten. Ook probeert Van Beurden de inscripties na te tekenen.

Klik op de afbeelding hiernaast voor een vergroting. Klik op het pijltje erboven voor de volgende afbeelding.