Mummificatie in het Oude Egypte

De Egyptenaren zagen overal in de natuur een cyclus van leven en dood. Deze cycli werden verbonden met de god Osiris, over wie verteld werd dat hij na vermoord te zijn weer opstond uit de dood. De Egyptenaren dachten dat ook de mens een nieuw leven na de dood wacht. Hij komt dan terecht in het rijk waar Osiris koning is. Osiris weegt het hart van de dode, om zondaars uit zijn rijk te weren. Volgens de Egyptenaren heeft de mens een sterfelijk lichaam waarin een aantal onsterfelijke aspecten leven. Bij de dood verlaat de zien, 'ba', het lichaam, meestal afgebeeld in de gedaante van een vogel met mensenhoofd. Deze vogel is ook aan de binnenzijde van de grafkist van Sensaos te zien. Het lichaam van de dode moet echter goed geconserveerd worden, zodat de ziel iedere nacht kan terugkeren. Ook 'ka', de levenskracht moet na de dood worden onderhouden. Dit gebeurde met voedseloffers in de bovengrondse kapel van het graf.

De god Osiris


Op dit fragment uit het
graf van de kunstenaar
Sennedjem wordt
de mummie van de
overledene verzorgd
door de god Anoebis.
De mummificatie heeft zich ontwikkeld aan het begin van de Egyptische geschiedenis en is geleidelijk aan geperfectioneerd. Op natuurlijke wijze bewaard gebleven lichamen moeten de Egyptenaren hebben geïnspireerd tot het maken van kunstmatige mummies. De organen en meest bederfelijke onderdelen van het lichaam werden verwijderd, apart geconserveerd en bewaard in vier potten, de canopen. De rest van het lichaam werd met verschillende zouten behandeld zodat het vocht uit de weefsels trok.

Vervolgens werd het lichaam opgevuld en de huid werd met olie, hars, was en pek soepel gemaakt en afgesloten voor schimmels en bacteriën. Tenslotte werd het in linnen gewikkeld. Vanaf ongeveer 1900 v.Chr. werden ook de hersenen verwijderd. Tussen 1575 en 1070 v.Chr. werden de beste resultaten bereikt. Later werd mummificatie zo massaal toegepast dat de kwaliteit achteruitging. Toch zien mummies van de Grieks-Romeinse periode er van buiten vaak nog prachtig uit.


deze mummificatie-scènes komen uit het Thebaanse graf van Tjay (ongeveer 1250 v.Chr.) en tonen priesters die de mummie met hete olie insmeren en in stroken linnen wikkelen. Een priester begeleidt iedere handeling met het oplezen van de bijbehorende magische teksten uit de papyrusrol die hij in zijn handen houdt.

Terug naar de vorige pagina

©1998 Rijksmuseum van Oudheden, Leiden