Wat is een mummie?

De mummie van de Egyptische priester Anchhor (collectie: RMO)De mummie van de Egyptische priester Anchhor (collectie: RMO)

Waarom mummificeerden de Egyptenaren hun doden?

De oude Egyptenaren bewerkten de lichamen van overleden mensen en dieren op zo’n manier dat ze bewaard bleven. Dat bewerkte lichaam noem je een mummie. De Egyptenaren geloofden dat de ziel van een mens (de ba) onsterfelijk is. Als iemand doodging, vloog de ba uit het lichaam, de zon achterna. De ba beeldden ze dan ook uit als een vogel met een mensenhoofd. 

Plek voor de ziel

's Nachts moest de ba weer veilig in het lichaam kunnen terugkeren. Daarom was het belangrijk dat het lichaam zo goed mogelijk werd bewaard. Als het zou vergaan, kon de ba niet terugkeren en stierf die een tweede dood. Verder had de overledene levenskracht nodig, ka. De ka bleef in leven met voedsel dat in het graf was gelegd. De ka werd afgebeeld als twee beschermende armen.

De reis naar het dodenrijk

Zodra iemand dood was, begon voor hem of haar de grote reis naar het dodenrijk. Een reis die tot het einde toe vol gevaren was. De god Osiris was de koning van het dodenrijk. Hij liet alleen maar goede mensen toe. Om erachter te komen of iemand goed was, liet hij het hart van die persoon wegen. Was het hart even licht als een struisvogelveer, dan mocht de dode het dodenrijk in. De struisvogelveer was namelijk het symbool van de waarheid.

De Dodenverslinder

Maar sloeg de weegschaal door naar de verkeerde kant en was het hart te zwaar, dan werd de dode opgegeten door de Dodenverslinder. De kans op een nieuw leven was dan verkeken. De Dodenverslinder was een monster met de kop van een krokodil en het lijf van een leeuw en een nijlpaard. Om zeker te zijn van een goede uitslag kreeg de mummie een hartscarabee mee met daarop een toverspreuk uit het dodenboek. Die scarabee moest ervoor zorgen dat de weegschaal naar de goede kant zou doorslaan.