Verslag Steentijddag 2017

1Steentijddag 20171Steentijddag 2017
2Steentijddag 20172Steentijddag 2017
3Steentijddag 20173Steentijddag 2017
4Steentijddag 20174Steentijddag 2017
5Steentijddag 20175Steentijddag 2017
6Steentijddag 20176Steentijddag 2017
7Steentijddag 20177Steentijddag 2017
8Steentijddag 20178Steentijddag 2017

-- U kunt dit verslag onderaan de pagina ook als pdf downloaden --

De zevenentwintigste steentijddag

Op 4 februari 2017 kwamen we weer bijeen in ons aggregatiekamp in Leiden voor de zevenentwintigste steentijddag. Wederom was er een grote diversiteit aan lezingen en was het aantal bezoekers zeer omvangrijk: 226!

Neanderthalers en rendierjagers

De ochtend stond in het teken van het paleolithicum. Met nog een frisse geest konden we luisteren naar de lezing van Eveline Altena die in een helder verhaal ons wegwijs maakte in het voor leken best weerbarstige DNA-onderzoek. Duidelijk werd hoe technologische ontwikkelingen in de laatste jaren steeds meer spectaculaire ontdekkingen opleveren over het Neanderthaler genoom en ons eigen DNA, waarin ook sporen van Neanderthaler terug te vinden zijn. Daarna nam Govert van Noort het woord met een lezing over de vondsten van Hijken, Eemster en Hoogersmilde en de oorsprong van krassen en sporen die daarop waar te nemen zijn. Deze zouden te maken kunnen hebben met zand erosie en kryotubatie. De discussie waarbij voor- en tegenstanders hun mening gaven was boeiend en constructief. Daarna verlieten we de Neanderthalers voor een lezing van Pir Hoebe en Dion Stoop over een Hamburg-vindplaats bij Epse. Bijzonder was de vondst van Helgoland vuursteen. Inmiddels is Helgoland een eiland, maar op het eind van het Pleistoceen moet het als een soort Ayer’s rock een aantrekkingskracht hebben gehad op bezoekende groepen rendierjagers vanwege het prachtige rode vuursteen dat er vandaan komt. 

Noordzee en een oude tent

Vlak voor de lunch werd het nieuwe boek van prof. Louwe Kooijmans (Onze vroegste voorouders) aangekondigd en tijdens de lunch kon men grasduinen in nog veel meer boeken. Ook kon het steentijddag-jubileumboek Vuursteen verzameld worden aangeschaft en vond menigeen elkaar om vondsten te tonen of tijdens de lunch gezellig bij te kletsen. Na de lunch gaven Luc Amkreutz, Marcel Niekus en Bjørn Smit een lezing over de steentijd van de Noordzee. Met name de vele vondsten die nu op Maasvlakte 2 en de Zandmotor worden gevonden en de aanwezigheid van context-informatie uit boringen en wingebieden, maken het mogelijk om meer onderzoek te doen naar de bewoning in het Pleistoceen en Holoceen. Zo blijkt zoetwatervis favoriet te zijn geweest in het menu van de Doggerlanders tijdens het mesolithicum en passeerden veel spectaculaire vondsten de revue, waaronder een ingeschoten pijlpunt in de onderkaak van een edelhert. Ook mochten we vele enthousiaste zoekers van de stranden verwelkomen. Vaak zijn zij begonnen met het zoeken naar fossiel botmateriaal. Het is mooi te merken dat de archeologie nu ook hun aandacht heeft. Weest welkom! De Noordzee werd daarna verruild voor het oosten van het land, waar bij Kampen een mesolithische vindplaats met héél veel vuursteen is ontdekt. In de lezing van Roderick Geerts, Marcel Niekus, Axel Müller en Femke Vermue bleken niet alleen de schaal van het project en de vondsten interessant, maar zijn er goede aanwijzingen dat in het sporenvlak ook de restanten van de plattegrond van een hut of tent zijn aangetroffen. Dat zou een welkome aanvulling zijn op de weinig informatie die we hebben over hoe men in het in mesolithicum in onze streken huisde.

Rupsje nooitgenoeg

Na de thee verviel helaas de lezing van Willem-Jan Hogestijn over de laatneolithische visweren in Almere. In plaats daarvan konden we luisteren naar twee kortere steentijdberichten. Als eerste vertelde Theo ten Anscher over de geweldige ontdekkingen bij Tiel-Medel. Naast spectaculaire vondsten uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen is de vindplaats ook rijk aan vondsten uit de vroege bronstijd. Voor de steentijd zijn er spannende vondsten uit de Swifterbant-cultuur gedaan en is er mogelijk sprake van een grafveld uit de Vlaardingen-cultuur. Het is zeker dat we de komende jaren nog eens van Tiel-Medel zullen horen. Dat het met die steentijd wel goed zit is voor de bezoekers van de steentijddag waarschijnlijk wel duidelijk. Harry Pape argumenteerde echter dat dat voor de buitenwacht vaak lang niet altijd zo duidelijk is. Helder is dat we nog veel kunnen doen om ons draagvlak te verbeteren. Iemand die zijn eigen draagvlak altijd prima wist te organiseren blijkt de vermaarde Groningse archeoloog Van Giffen. Leo Verhart deed in de laatste lezing van de dag uit de doeken hoe Van Giffen zijn eerste stappen in de steentijdarcheologie zette, waarbij het opvallend is hoe hij vrij gehaaid en territoriaal te werk ging.

De dag werd wederom afgesloten met een goed bezochte borrel in het Rijksmuseum van Oudheden en voor de liefhebbers een traditioneel bezoek aan de Chinees Woo-Ping die ook dit jaar ons allen weer een zitplaats wist te verschaffen.

Volgend jaar is de steentijddag gepland op zaterdag 3 februari 2018.

Luc Amkreutz, namens de Werkgroep Steentijddag

Verslag
Pdf-bestand van het verslag van de 27ste Steentijddag in 2017
download bestand