Termen en technieken in de edelsmeedkunst

Het niveau van de edelsmeedkunst in de oudheid was zodanig dat het duizenden jaren later nog steeds veel bewondering oogst: vooral als men stilstaat bij het feit dat de kleine kunstwerkjes tot stand zijn gekomen in een wereld zonder gas, elektriciteit, verfijnde stalen instrumenten, zagen of goede lenzen. Veel van de technieken die toegepast werden in de oudheid zijn helaas verloren gegaan. Pas in de 20ste eeuw is een aantal werkwijzen gereconstrueerd door bestudering van archeologische vondsten en eigentijdse edelsmeedkunst.

Enkele termen en technieken   

Cloisonné: een techniek waarbij steen of email in kleine vakjes van metaal wordt geklemd respectievelijk gesmolten. In Egypte wordt deze techniek alleen toegepast voor inlegwerk.

Ciseleren: het afwerken van een in metaal gegoten object. Met behulp van gereedschap wordt extra diepte en scherpte verkregen, tevens kunnen gaatjes en gietnaden weggewerkt worden.

Drijven: het inbrengen van vormen in reliëf in een dunne plaat van metaal door middel van gereedschap zoals hamers en ponsen.

Edelstenen: de diamant, robijn, saffier en smaragd worden regelmatig in antieke sieraden toegepast, behalve in Egypte waar deze steensoorten niet voorkomen.

Email: een decoratiemethode, waarbij een dun, vaak kleurig glaslaagje over metaal wordt gesmolten.

Electrum: een natuurlijke legering van goud en zilver.

Filigraan: een term afgeleid van de Latijnse woorden filum(draad) en granum (korrel). Een techniek waarbij zeer fijne gladde, bewerkte, gevlochten of gedraaide draadjes van edelmetaal op een ondergrond worden gesoldeerd.   

Granulé: een ingewikkelde antieke decoratie methode, waarbij minuscule kleine gouden bolletjes op een ondergrond worden aangebracht. De bolletjes met een doorsnede vanaf 1,1 millimeter, worden verkregen door kleine stukjes goudplaat of draad tussen houtskool in een kroes van klei te verhitten. Vervolgens worden de verkregen bolletjes met koperzout of organische lijm ingesmeerd en op de ondergrond geplaatst. Het geheel wordt opnieuw verhit zodat het voegsel verdwijnt en er een verbinding ontstaat van de gouden bolletjes met de ondergrond.

Graveren: letters, cijfers of decoratieve ornamenten uit een metaal wegsnijden of krassen met een scherp, fijn gereedschap.

Halfedelstenen: worden ook wel sierstenen genoemd. Er bestaan halfedelstenen die door hun zuiverheid of bepaalde kleur kostbaarder zijn dan edelstenen.

Hameren: vorm of reliëf brengen in een metalen plaat door middel van het slaan ofwel hameren op de plaat waardoor het plaatselijk dunner wordt.

Niëllo: een techniek waarbij een zwarte zwavelhoudende metaallegering in een ondergrond van goud of zilver wordt geplaatst, voor een contrasterend effect.

Solderen: een methode van samenvoegen van metalen door middel van een metaal(legering) met een lager smeltpunt dan de te verbinden delen. Om oxidatie te verkomen moet een antioxidant toegevoegd worden, het zogenaamde flux. In de oudheid werd hiervoor vaak wijndroesem gebruikt. De Grieken pasten het solderen al toe in 2000 v.Chr. maar de techniek was in Mesopotamië al bekend sinds het 3de millennium v.Chr. 

Literatuur 

Voor een uitgebreidere beschrijving, met name van (half)edelstenen, en de laatste stand van zaken, zie:

Robert A. Luningh Scheurleer, Antieke Sier. Goud en zilver van Grieken en Romeinen, Amsterdam 1987.

Marjan Unger, Vaktermen, in: Het Nederlandse sieraad in de 20ste eeuw, Bussum 2004.