Schitterende sieraden

Het versieren van je lichaam is waarschijnlijk zo oud als de mensheid. Het is de manier om iets dat in principe bij iedereen ongeveer hetzelfde is, te individualiseren en te doen opvallen. Beschildering, tatoeage en piercing van lichaamsdelen, maar vooral het jezelf behangen met blinkende en kleurrijke voorwerpen zijn universeel en typisch menselijk. Per cultuur verschillen de versieringen sterk, maar vrijwel overal is een voorkeur te zien voor drie zaken: dat wat beschermt, wat veel kleur heeft, en wat (geldelijke) waarde heeft. Ook in onze huidige, West-Europese samenleving voldoen sieraden nog aan deze criteria: denk aan medaillons met Maria en handen van Fatima, aan gekleurde kralensnoeren en fonkelende edelstenen, aan bling-bling en vooral aan goud. Een exclusief juweel mag duurder zijn dan een auto. Zeker als je er een vrouw voor het leven mee kunt versieren...

Archeologische juwelen

Ook opgegraven sieraden spreken tot de verbeelding. Uit de hele opbrengst van een archeologisch onderzoek wordt vaak een juweel van een vondst gekozen om aan pers en publiek te tonen, zoals de Griekse hanger uit Sint-Oedenrode in 2006. Sieraden uit een ver verleden maken indruk omdat hun waarde ook nu nog makkelijk in te voelen is. Dit in tegenstelling tot voorwerpen van onooglijker materiaal, al kunnen die in de toenmalige cultuur veel waardevoller zijn geweest. Sieraden zijn in archeologische publicaties en musea prominent aanwezig. Als met groot vakmanschap gemaakte kleinoden, die mensen met zich hebben meegedragen, vormen ze een persoonlijke getuigenis van de smaak in een andere tijd. De combinatie van hun waardes toen en nu maakt ze tot populaire objecten - die extra aandacht en beveiliging krijgen. In het Rijksmuseum van Oudheden zijn duizenden sieraden aanwezig uit het Oude Egypte, het Oude Nabije Oosten, de Klassieke Wereld en het vroege Nederland. De oudste sieraden in de collectie zijn 7500 jaar geleden gedragen, de meest recente stammen uit de 14de en 15de eeuw. 

Sieraden zijn vooral in graven gevonden. In de meeste gevallen zijn mensen dan begraven met hun kleding en sieraden aan. Daarnaast werden sieraden na crematie bij de dode neergelegd of speciaal gemaakt voor het leven na de dood. Een voorbeeld van dat laatste zijn de vele kralen en amuletten die in het Oude Egypte in de verpakking van een mummie werden verwerkt. Maar ook in andere contexten zijn juwelen gevonden. Hoewel iedereen er in principe voorzichtig mee is, werden ze natuurlijk wel eens verloren. En vanwege hun waarde, geldelijk én intrinsiek, werden ze gekozen als offer aan goden of hogere machten. Er zijn in Nederland schatten gevonden uit de Vroege Middeleeuwen die helemaal uitgouden sieraden bestaan.

Omdat sieraden kostbaar zijn, worden ze zelden tot afval. De genoemde Griekse hanger uit Sint-Oedenrode was een gouden vatting van rond het jaar 1000, met daarin een steen met ingesneden voorstelling (een camee) uit de 3de eeuw voor Chr. Die steen is in de tussentijd beslist nog wat anders geweest, zoals deel van een Romeinse ring en een middeleeuwse boekband of reliekhouder. Veel van de sieraden uit de Klassieke Oudheid die niet uit de grond komen, zijn bewaard gebleven omdat ze steeds opnieuw werden gebruikt. Daarbij lijkt de voorstelling niet zo belangrijk te zijn geweest, maar het feit dat het voorwerp al oud was wél. Dit zien we ook terug in munthangers, waarin vaak munten zijn verwerkt die al eeuwen uit de roulatie waren en hun geldelijke waarde dus al hadden verloren. Het jezelf tooien met oud geld is in de klassieke wereld en de Middeleeuwen aanwijsbaar.

Sieraden zijn zo'n vast onderdeel van het uiterlijk, dat ze vaak op portretten zijn afgebeeld. Omdat sieraden daar daadwerkelijk gedragen worden, zijn deze afbeeldingen een goede bron voor de mode in een bepaalde tijd. Beroemd zijn de geschilderde portretten die in de Romeinse tijd in Egypte op mummies werden aangebracht. Vrouwen dragen op deze portretten vaak gouden oorhangers en halskettingen, terwijl jonge jongens vaak zijn afgebeeld met een bulla om hun hals. Dit is een rond amulet waarin iets kon worden gedragen, dat een vrijgeboren Romein kreeg tegelijk met zijn naam en aflegde bij het bereiken van de volwassenheid. De Romeinen namen dit gebruik van de Etrusken over en ook Etruskische sculpturen van kinderen tonen regelmatig de bulla. Ook Egyptische reliëfs, Griekse en Romeinse sculptuur en middeleeuwse schilderingen tonen vaak sieraden, die vergeleken kunnen worden met opgegraven exemplaren. 

Sieraden vervulden (en vervullen) een belangrijke rol in de uitwisseling van geschenken, zowel tussen gelijken als van hoog naar laag. Leiders gaven aan onderdanen te dragen sieraden, die lieten zien dat die persoon bij hem hoorde en door hem was uitverkozen. Zo zijn zegelringen met de naam van de farao gevonden in graven van lagergeplaatste Egyptenaren en gaven Friese koningen rijk gedecoreerde fibulae aan vazallen. Ook om uit te wisselen met andere volken zijn sieraden zeer geschikt: ze zijn verplaatsbaar en draagbaar en vertegenwoordigen toch een hoge waarde, zowel letterlijk als symbolisch. De vermenging van modes en stijlen is dan ook vaak af te leiden uit de juwelen die mensen aan elkaar hebben gegeven. Dit levert achteraf soms een probleem op: zo is het van de zogenaamde Vikingsieraden die in de 8ste en 9de eeuw in Nederland zijn gedragen, nog steeds niet duidelijk welke echt in Scandinavië zijn gemaakt, welke in het Karolingische rijk zijn gemaakt naar Deense voorbeelden en welke alleen maar een modieuze stijl tonen die door de contacten met Scandinaviërs is ontstaan.

Uitgedragen betekenis

Een van de functies van sieraden is de drager beschermen tegen onheil. Sieraden met dit doel noemen we amuletten of talismannen en ze behoren tot de alleroudste voorbeelden van lichaamsversiering. Amuletten werden gemaakt van voorwerpen of materialen waaraan men, in die specifieke cultuur, kracht toedichtte. Dat kunnen tanden of poten van dieren zijn, stenen en fossielen, bewerkt gewei en ivoor, maar ook stukjes van specifiek magische materialen als bergkristal en barnsteen. Primaire functie van zon hanger is de drager te beschermen tegen boze geesten of het boze oog. Omdat met name kleine kinderen, zwangere vrouwen en reizigers daar extra gevoelig voor zijn, dragen deze groepen in veel samenlevingen specifieke amuletten. Op Griekse kannetjes uit de 5de eeuw voor Chr. zijn kinderen afgebeeld met een snoer amuletten over hun borst en de gletsjermummie Ötzi droeg in 3300 voor Chr. een geslepen wit marmeren schijfje bij zich.

Met de meer decoratieve sieraden van edelmetaal en kostbare stenen toont de drager zijn rijkdom en status. Dat die rijkdom draagbaar is, betekent dat die altijd zichtbaar is, waar de persoon ook is - dit in tegenstelling tot de rechten die bij een positie horen of bijvoorbeeld de decoratie van je huis. Het is dan ook al millennia lang gebruikelijk dat het verkrijgen van een positie verzegeld wordt met een ereteken dat dagelijks op het lichaam te dragen is. Dit gebruik is dwars door culturen en tijdperken heen te volgen, van de ringen van farao's, senatoren, bisschoppen en koningen tot het draagspeldje dat hoort bij een huidige ridderorde.

Sieraden zijn bij uitstek uitingen van identiteit. Je geeft ermee aan waar je van houdt en waar je bij hoort - of wilt horen. Het meest evident zijn zegelringen met een familiewapen of trouwringen, maar het fenomeen is veel ouder. In de keuze van je sieraden laat je ook je voorkeuren zien. Veel sieraden tonen religieuze motieven, of dat nu Egyptische of Griekse goden of vroegchristelijke inscripties zijn. Dat betekent niet dat het sieraad zelf een religieuze of cultische betekenis heeft gehad: het is ook de beeldtaal van die specifieke samenleving. Zo is in de beroemde grote fibula van Dorestad (afb. 5) christelijke symboliek te herkennen, onder andere kruisen, zodat men lang dacht dat de speld aan iemand van de kerk had toebehoord. Tegenwoordig denken we dat juist de wereldlijke elite in Dorestad het geld en de behoefte had om zo luxueus het nieuwe geloof uit te dragen.

Niet alle sieraden zijn voor mensen gemaakt. Ook voor de beeltenissen van goden zijn sieraden gemaakt en dieren kunnen eveneens getooid worden met juwelen en amuletten. Bekend zijn in deze de kwaadafwerende voorstellingen, die werden gebruikt ter versiering van paardentuig. Aan de ringetjes waarmee de diverse riemen van Romeinse militaire tuigage aan elkaar verbonden werden, hingen bronzen amuletten (afb. 6) in de apotropeïsche vormen van fallus en fica (de Romeinse variant van de middelvinger opsteken). Overigens: ook mensen droegen, zowel in de Romeinse tijd als in de Middeleeuwen, seksueel getinte talismannen. Boze geesten houden daar nu eenmaal niet van.

Van top tot teen

Op het haar gedragen sieraden worden meestal diadeem of kroon genoemd en zijn al bewaard uit het Oude Egypte. Ook in latere periodes komen ze voor, getuigen afbeeldingen zoals een beeld uit Palmyra uit het begin van de 3de eeuw na Chr. (afb. 7). Het toont een vrouw met haar dochter. Naast een overvloed aan ringen, armbanden en halskettingen draagt de vrouw een diadeem in het haar. Kronen werden tot in de Middeleeuwen gedragen door vorsten, maar zijn zelden of nooit in de bodem beland; daarvoor waren ze te kostbaar. De nog bestaande middeleeuwse kronen zijn bovengronds bewaard gebleven en bevinden zich vaak in nog bestaande koninklijke verzamelingen (kroonjuwelen) of in grote musea. Er zijn andere manieren om het haar bij elkaar te houden: in Romeinse graven van jonge meisjes zijn bijvoorbeeld haarnetjes van gouddraad en kransen van gouden blaadjes gevonden. Meisjes droegen haarnetjes van draadjes of kralen, maar de gouden versies zullen een speciale versie zijn die werd aangebracht tijdens het kleden van de dode. De kransen van bladgoud zijn dat zeker: kransen van bloemen of bladeren droeg je alleen bij speciale gelegenheden, zoals overwinning of huwelijk. De kransen waarmee overleden meisjes werden getooid refereren aan dat soort momenten.

In de meeste oude culturen droegen vrouwen het haar lang. Om het op te steken werden haarnaalden gebruikt, lange spelden met een kop. Die bekroning is nodig - anders zakt de speld weg - maar leent zich ook juist voor decoratie omdat dat deel van de naald uit het kapsel stak. Uit de Nederlandse prehistorie zijn diverse heel lange naalden met grote ronde kop bekend. Ze zijn zeker bedoeld als versiering, maar voor het kapsel lijken ze erg groot en zwaar. Waarschijnlijk zijn ze gebruikt om dikke kleding mee dicht te spelden. Bij veel van de haarnaalden is de functie niet zeker, tenzij we precies weten waar in het graf ze lagen.

Niet alleen vrouwen droegen sieraden in het haar. De in 1998 bij Nijmegen opgegraven man van Lent uit de 5de eeuw voor Chr. droeg drie bronzen ringen: een in zijn oor en twee horizontale om zijn vlechten. De sieraden zijn de enige voorwerpen in het graf en lagen naast de kaken, wat aangeeft dat de man vlechten of staarten droeg. Smalle ringetjes zijn vaker in graven gevonden, maar meestal als kindervingerring of pinkring geïnterpreteerd. Toch kunnen ook zeker de spiraalringetjes uit de collectie van het museum best in de haardracht gebruikt zijn.

Het doorboren van de oorlel is in veel culturen gebruikelijk geweest. De oorpluggen uit het Oude Egypte vereisen een flink gat - maar nog steeds kleiner dan die uit precolumbiaans Amerika - terwijl de hangers uit de Klassieke periode en de Middeleeuwen door smalle gaatjes passen. De meeste oorhangers zijn van blinkend metaal, veel goud en zilver, wat extra geschikt is omdat de hangers met het hoofd meebewegen. Ze vangen dus het licht. Ook lippen en andere gezichtsdelen konden doorboord en versierd worden; allerlei modern aandoende piercings zijn al te zien op laatmiddeleeuwse schilderijen.

De hals is zonder meer de meest logische plek om sieraden omheen te hangen. Uit de vroegste periode zijn al snoeren van kralen bekend en die zijn tot op de dag van vandaag in trek. Kralen kunnen natuurlijk zijn en aan de oudste halssnoeren zijn steentjes en schelpen geregen. Vanaf ca 3500 voor Chr. worden kralen gemaakt van aardewerk en glas, wat nog meer kleur mogelijk maakt. Het hangt van de mode af of mensen kozen voor snoeren van eenkleurige parels, stenen of barnsteen, zoals de Grieken, of juist voor de combinatie van heel veel materialen en kleuren, zoals in de Merovingische tijd. Verder werden ringen (torques) om de nek gedragen, vaak van edelmetaal, soms met een enkele steen eraan.

Kleine snoeren kralen kunnen om de pols zijn gedragen als armband. Er is juist in opgegraven armbanden een grote diversiteit van materialen en types. Er zijn armringen van glas en been en van goud en zilver. Ze zijn vaak versierd aan de uiteinden of op een breed middenstuk en sommige zijn extreem groot en zwaar. Uit de prehistorie en Vroege Middeleeuwen zijn banden bekend met zo'n grote doorsnee dat ze mogelijk om de bovenarmen of om de enkels werden gedragen.

Tenslotte schuif je een of meer ringen om je vinger. Ringen zijn vrijwel altijd van metaal, omdat ze tegen een stootje moeten kunnen. In het metaal werden stenen of tekens of letters gezet. Ringen zijn vaak de meest continu gedragen sieraden en daarom worden heel essentiële functies (hooggeplaatsten) en allianties (huwelijk) door een ring gesymboliseerd. De ring van de Paus wordt stukgeslagen als hij sterft en je trouwring afdoen was en is een zeer beladen daad.

Niet alleen het lichaam, maar ook de kleding wordt versierd. Hierbij is in de meeste culturen een combinatie te zien van functionaliteit en decoratie. Spelden die worden gebruikt om kleding bij elkaar te houden, worden versierd en de mode ontwikkelt zich snel. Daarom kunnen fibulae heel luxueus, duur en ook groot worden - dan ben je blij dat ze nu niet meer in de mode zijn. De hoeveelheid en de plek waar mantelspelden gedragen worden, verschilt per streek en tijd, maar kan vaak worden afgeleid uit de positie van de juwelen op het dode lichaam en uit afbeeldingen.Fibulae zijn oververtegenwoordigd in het archeologisch spectrum - laden vol in het depot - en tonen een onuitputtelijke variatie. Ze zijn altijd van metaal, want ze moeten gebruikt kunnen worden, maar daarbij kunnen ze zijn ingelegd met glas of stenen, verzilverd of verguld, versierd met niello, filigraan en email cloisonné, recht en rond, in de vorm van bloemen en dieren (afb. 10), met tekens en voor ons ingewikkelde symboliek.

Waar meestal spelden de kleding op schouders of bovenlichaam bij elkaar houden, werd deze om het middel ingesnoerd met een riem of gordel. Hieraan werden tassen, schedes en voorwerpen meegedragen - de kleding had in het verleden meestal geen zakken. Ook de gordel of riem werd beslagen met sierplaatjes of de gesp en het uiteinde van de riem werden gedecoreerd. In allerlei samenlevingen bestonden groepen die kleding vooral functioneel bezagen of niet tot de extreme elite behoorden. Voor hen was de riem de belangrijkste vertolker van positie en identiteit. De versiering van de riem, de kleding en de onbedekte delen van het lichaam was, zogezegd, de finishing touch.