De sarcofaag van Simpelveld

rmoEind 2de-begin 3de eeuw na Chr., Simpelveld, l. 2,05 m
rmoEind 2de-begin 3de eeuw na Chr., Simpelveld, l. 2,05 m (foto: Theo de Nooij)

In 1930 werden bij grondwerkzaamheden in Simpelveld (L.) drie Romeinse sarcofagen gevonden. Een daarvan was gevuld met zeer rijke grafgiften, waaronder gouden sieraden en aardewerken, zilveren en glazen voorwerpen. Ook werden de crematieresten van de overledene aangetroffen. Deze sarcofaag is zowel artistiek als archeologisch uniek vanwege het beeldhouwwerk aan de binnenzijde. Te zien is het gedetailleerde interieur van een kamer met liggend op een bank de overledene, een vrouw. In de wanden van de sarcofaag zijn nissen gehouwen, misschien voor grafgiften. Tussen de laatste nis en het voeteneinde van de bank is een Romeinse villa weergegeven, waarschijnlijk het huis waarin de overledene woonde. In 1937 werd vlakbij inderdaad een villa teruggevonden van een type dat overeenkomt met de weergave in de sarcofaag.

Toen A. J. Wierts op zijn erf aan de Stampstraat in het Limburgse Simpelveld in december 1930 bij grondwerkzaamheden alweer op steen stootte, kon hij niet bevroeden dat het deze keer om iets zeer uitzonderlijks zou gaan. Al eerder dat jaar was hij tot tweemaal toe op steen gestuit. In beide gevallen betrof het een zandstenen sarcofaag, verbrijzeld en leeggehaald bij eerdere grondwerkzaamheden op het terrein. Maar deze keer, op 11 december, had hij meer geluk. Op 15 december staat in de Limburger Koerier te lezen:
... Bij een nader onderzoek van deze vondst door dr. Beckers te Beek is gebleken, dat zij een der mooiste Romeinsche gaat worden, die we in Limburg al hebben gedaan. Bij de opening n.l. der zandsteenen kist, bleek zij inwendig helemaal in haut relief gebeeldhouwd te zijn.

Hoewel ook deze kist in het verleden al ontdekt en doorzocht was, grote gaten in het deksel en in een van de korte zijden van de sarcofaag getuigen ervan, bleek in dit geval een deel van de grafgiften nog aanwezig te zijn. In de kist bevonden zich nog gouden sieraden, waaronder een halsketting, een paar ringen en één oorbel, voorts een zilveren spiegeltje, een glazen flesje, een flacon van aardewerken enkele andere voorwerpen. Ook werden, los op de bodem van de kist, de crematie-resten van de overledene aangetroffen. De sarcofaag is dus eigenlijk een zeer grote asurn.

Terwijl vele sarcofagen teruggevonden zijn met beeldhouwwerk aan de buitenkant, is deze sarcofaag aan de binnenzijden voorzien van beeldhouwwerk. Dit maakt het stuk uniek. Weergegeven is het interieur van een kamer. Op een bank ligt de overledene: een vrouw. Aan het hoofdeinde van de bank staat een stoel met daarnaast een kist. Tegenover de bank staat een rek met daarop drie flessen: een vierkante en twee ronde. Daarnaast staat een wandtafel op drie poten versierd met leeuwenkoppen en -klauwen, gevolgd door een rek met daarop twee kannen, twee emmers en daarboven drie bekers en een flesje. Pal ernaast staat een kast met twee deuren. Naast de kast volgt een aantal nisvormige bouwsels, waarin misschien oorspronkelijk grafgiften waren gelegd. Deze zijn evenwel niet ter plekke teruggevonden. Tussen de laatste nis en het voeteneinde van de bank is de zijkant van een Romeinse villa, waarschijnlijk het huis waarin de overledene woonde, weergegeven. Het moge overigens duidelijk zijn dat de schaal van de voorwerpen onderling niet overeenstemt.

Het beeldhouwwerk in de sarcofaag is zowel artistiek als archeologisch van grote betekenis. Meubilair was veelal van hout, een vergankelijk materiaal dat meestal niet bewaard blijft. Doordat in deze kist houten meubilair in steen is weergegeven, krijgen we een goed beeld van het oorspronkelijke uiterlijk ervan. Enkele grafvondsten, met name de flacon van aardewerk, dateren de sarcofaag aan het einde van de 2de of in de eerste helft van de 3de eeuw na Chr.

De ontdekking van drie sarcofagen bij elkaar doet vermoeden dat in de directe omgeving de behuizing van de overledenen moet hebben gestaan. Doden die in stenen kisten werden bijgezet, voorzien van kostbare grafgiften, behoorden tot de bovenlaag van de bevolking. De veronderstelling was dan ook in de onmiddellijke nabijheid een villa terug te vinden. Deze veronderstelling werd in 1937 bewaarheid. Op ongeveer 150 meter van de vindplaats der sarcofagen werden de grondsporen teruggevonden van een villa. De villa was van het type met porticus en hoekvertrekken. De zijkant kan er zo hebben uitgezien als in de sarcofaag is weergegeven.