Op 25 november 1922 haalden de Engelse Lord Carnarvon, zijn dochter en archeoloog Howard Carter een steen uit een muur in het 'Dal der Koningen'. Deze oude begraafplaats ligt ten westen van de Egyptische stad Luxor, waar lang geleden de hoofdstad Thebe was. Door de opening die ze hadden gemaakt, keken ze naar een ongelooflijke schat van goud en sieraden. Het bleek dat ze de toegang tot het graf van farao Toetanchamon hadden ontdekt! Nog nooit vonden archeologen een koningsgraf met zoveel kostbaarheden.
Maar Lord Carnarvon mocht niet lang van zijn uitzonderlijke vondst genieten. Vlak na de vondst werd hij erg ziek. Aanvankelijk leek het mee te vallen, maar hij kreeg heel hoge koorts en ging ijlen. Hierna viel hij in coma en stierf. Op de dag van zijn dood gebeurden er hele vreemde dingen. In de Egyptische hoofdstad Caïro gingen alle lichten uit. De hond van Carnarvon (die nog in Engeland was, mijlenver van z'n baas in Egypte) ging hard janken en viel daarna dood neer...
Waarom kreeg Lord Carnarvon nooit de gelegenheid om de mummie van farao Toetanchamon te zien? Het lijkt alsof Lord Carnarvon een machtige wet had overtreden: de wet die niet toestaat dat men de rust van de doden verstoort. Was hij daarom gedoemd om te sterven? Werd zijn dood veroorzaakt door de onzichtbare, wraakzuchtige hand van de farao? Was Lord Carnarvon vervloekt?
Dr. Christian Greco is egyptoloog en werkt bij het Rijksmuseum van Oudheden