Fragment van Hathorkapiteel

fragment ; kapiteeldownloadfragment ; kapiteel
fragment ; kapiteeldownloadfragment ; kapiteel

Beschrijving

Fragment van het kapiteel van een Egyptische sistrumzuil. Het min of meer kubusvormige fragment toont aan één zijde de kop van de godin Hathor. Aan de tegenoverliggende zijde is deze voorstelling vrijwel geheel verloren gegaan. Een andere zijde toont de pruiken van beide koppen, de vierde zijde is een breukvlak. De bovenzijde toont de aanzet van een vierkante opbouw bovenop de pruik, het ondervlak is opnieuw een breukvlak.
De (voor)zijde met het Hathormasker is afgevlakt en het masker is breder dan hoog. De kin is zwaar en rond, de mond vrij breed met gewelfde lippen. De neus is tamelijk smal en aan de punt beschadigd. Neusgaten en philtrum zijn aangeduid. De amandelvormige ogen hebben een duidelijk aangeduide binnencanthus en zijn verdiept ten opzichte van de randen. Langs de bovenste oogrand loopt een verhoogde reliëfband, die naar de buitenhoek uitloopt in een schminkstreep. Boven het ooglid volgt de eveneens als verhoogde reliëfband weergegeven wenkbrauw de contour van oog en schminkstreep. Het voorhoofd is gewelfd en wordt afgesloten door de ronde rand van de pruik. Ter hoogte van de ogen heeft het masker naar opzij uitstaande koeienoren in reliëf, waarvan het centrale gedeelte verdiept is uitgevoerd en divergerende groeven heeft ter aanduiding van haren. Het linkeroor (voor de beschouwer) ontbreekt door een breuk van de linkerooghoek naar de kin. Aan de achterzijde van het fragment is het juist het bewaard gebleven linkeroor dat verraadt dat ook deze verloren gegane zijde een Hathormasker had.
Beide maskers waren gevat in de omlijsting van de zware Hathorpruik. Deze bestaat uit parallelle strengen die rond het gezicht gebogen zijn. Bij de kin is nog juist zichtbaar hoe de pruik in twee zware bundels over de schouders viel. De strengen worden bijeengehouden door dwarsbanden, waarvan er een boven het voorhoofd begint, een ander net boven de oren en een derde horizontaal verloopt ter hoogte van de kin. Deze banden zijn glad en worden door een apart aangeduide 'zoom' omlijst. De vlakke rechter zijde van het fragment (die loodrecht staat op het voorvlak) toont hoe beide pruiken van de tegenoverliggende koppen met elkaar versmelten. Op de raaklijn is in verhoogd reliëf een papyrusstengel aangeduid, waarvan het uitwaaierende bladscherm over de middelste pruikband valt. De details van bladsprieten en driehoekige kelkbladen zijn ingekerfd.
Bovenop de pruikmassa staat de aanzet van een vierkante abacus (vermoedelijk de voet van een sistrumvormige bekroning), die boven de maskers een uitkragende holle contour vertoont. Dit element heeft een verticaal patroon van ingekerfde groeven. De middelste pruikband loopt aan de zijkant net onderlangs deze abacus en het papyrusscherm raakt eraan.
Het fragment is gemaakt van rood graniet, dat behalve de gebruikelijke rode, witte en zwarte mineralen een aantal grotere roze vlekken vertoont, met name op het gepolijste gezicht.

Inventarisnummer

F 2001/4.1

Afdeling

Egypte

Objectnaam

fragment ; kapiteel

Materiaal

steen ; graniet

Afmetingen

24 x 23 x 22cm (9 7/16 x 9 1/16 x 8 11/16in.)

Periode

Nieuwe Rijk, 18e-19e dynastie 1500-1200 BC

Vindplaats

Egypte

Literatuur

Dit fragment behoorde ongetwijfeld tot een zogenaamde sistrumzuil. Volgens G.Jéquier, Les éléments de l'architecture, Parijs 1924, 184-193 zijn de zuilen van het bovenbeschreven type (2 zijden met gezicht, pruik doorlopend) kenmerkend voor het Nieuwe Rijk; vanaf de Late Tijd wordt een type met 4 gezichten gebruikelijk. Dit fragment kan hebben behoord tot een vrij kleine zuil (breedte ca. 25-30 cm, totale hoogte ca. 150 cm?), wellicht te klein voor een echt bouwwerk. Het is daarom mogelijk een gedeelte van een beeld geweest van een koning of privé-persoon die een sistrum aanbiedt, maar daarvoor is het weer erg groot en bovendien hebben deze gewoonlijk maar decoratie op het voorvlak; vgl. J. Vandier, Manuel d'archéologie égyptienne III, Parijs 1958, 464-5, type P.N.E. XIV.B. De detaillering met de haarbanden en haarstrengen is dezelfde als die van een aantal parallellen uit de 18e en 19e dynastie; vgl. Vandier, ib. pl. CLV.5; de Hathorkapel van Deir el-Bahri; of Boeser, Beschrijving V, pl. VII nr. 16.