
In de periode na het Nieuwe Rijk bouwde men niet langer bovengrondse grafmonumenten, onder meer vanwege het risico op grafroof. Hiermee verviel de traditionele plaats voor de grafstèle. Voortaan werden deze ondergronds naast de mummiekist opgesteld. Omdat ze niet langer in de open lucht stonden, hoefden ze niet meer van steen gemaakt te worden. Deze houten grafstèle behoort toe aan Nechtefmoet. De priester offert wierook aan de god Re-Horachte, die op een blokvormige troon zit. De troon staat weer op een bontgekleurde mat. Achter de god staat een standaard die het oosten symboliseert. De standaard achter de dode staat voor het westen. Zo begeeft Nechtefmoet zich van het westelijke dodenrijk naar de oostelijke horizon, waar hij net als de zonnegod tot nieuw leven hoopt te komen.