Geschiedenis collectie: de negentiende eeuw

Caspar ReuvensCaspar Reuvens

De collectie van het museum bestaat uit maar liefst 150.000 voorwerpen. Dat is uitzonderlijk veel, zeker als je bedenkt die verzameling van start ging met een erfenis die de Universiteit van Leiden in 1744 kreeg: 150 Griekse en Romeinse beelden.

Nieuw: een nationaal museum

Willem I zorgde in zijn nieuwe koninkrijk voor de stichting van nationale musea. In Leiden richtte hij in 1818 het Rijksmuseum van Oudheden op. Een eenvoudig pand aan de Houtstraat diende als eerste expositieruimte. Het was de tijd dat mensen zich meer gingen interesseren voor het verleden. Het besef groeide dat het belangrijk is om kunst- en cultuurschatten te presenteren en voor het nageslacht te bewaren. Net als in andere Europese landen werden daarom musea in het leven geroepen: plaatsen waar collecties worden verzameld en bewaard, en waar het publiek ze kan bekijken. In het Rijksmuseum van Oudheden werden de over heel Nederland verspreide collecties van oude, ‘verdwenen' culturen bij elkaar gebracht.

Reuvens

Caspar Reuvens was de eerste directeur van het nationale museum van oudheden. Hij was een bevlogen man, die als eerste in Nederland professionele opgravingen organiseerde. Deze pionier binnen de jonge wetenschap van de archeologie in Nederland overleed vroegtijdig, in 1835. Toch was onder zijn leiding de collectie razendsnel uitgebreid. Speciale ‘kunstagenten' werden erop uitgestuurd om objecten in het buitenland aan te kopen. Tot 1830 had het museum hiervoor ruime overheidsmiddelen tot zijn beschikking, daarna werden die om politieke redenen minder.

De collectie groeit

De collectie werd in deze jaren grotendeels uitgebreid met objecten uit de Klassieke Oudheid en het oude Egypte. Voor veel mensen waren dit de belangrijkste en interessantste culturen uit de oudheid. Na 1830 groeide de collectie vooral dankzij schenkingen en erfenissen. Ook de culturen uit het oude Nabije Oosten kregen langzamerhand hun eigen plaats. Aan het einde van de negentiende eeuw werden steeds vaker professionele opgravingen in Nederland georganiseerd, vooral door het museum zelf. Met de belangrijkste vondsten uit eigen bodem groeide de Nederlandse collectie van het museum.