Noord-Nederland

Op deze kaart ziet u een aantal plaatsen in Noord-Nederland waar opvallende voorwerpen van de afdeling 'Archeologie van Nederland' zijn gevonden. De exacte locaties van de vondsten zijn niet altijd bekend. De informatiepunten op de kaart (de rode vlakjes met een i) staan in zo'n geval willekeurig in de stad, het dorp of de streek waar de vondst is gedaan.

52.6982227,5.2229184

Terracotta varkentje en andere dierfiguurtjes
vindplaats: Grootenbroek (NH), datering: 1500-800 v.Chr.
In de buurt van Hoogkarspel trof een amateurarcheoloog in 1975 een aantal dierfiguurtjes van zachtgebakken klei aan. Drie van deze figuurtjes stellen runderen voor, het vierde is een varkentje. Dit zijn de oudste terracotta figuren uit Nederland. Sporen van verbranding wijzen erop dat ze per ongeluk in het vuur zijn beland. Ze zijn gevonden bij een huis uit de bronstijd en waren mogelijk gebruikt voor een ritueel. Het varkentje op de foto is trouwens klein: het meet 5,8 bij 3,4 centimeter.
52.897310695145634,4.9534964264587344

Zilverschat van een Viking
vindplaats: Westerklief, Wieringen (NH), datering: ca. 850
In Westerklief op Wieringen is in 1996 een schat gevonden, bestaande uit zilverbaren, munten uit de middeleeuwse handelsstad Dorestad en zilveren sieraden. Samen woog het ruim 1,6 kilo. De zilverschat was begraven in een potje dat met gras was dichtgestopt. Het handelskapitaal en de stijl van de sieraden geven aan dat deze schat van een Deen is geweest. Blijkbaar was Nederland voor kortere of langere tijd zijn uitvalsbasis. Deze eerste Vikingschat van Nederlandse bodem is daarmee een 'bewijs' voor de vestiging van Vikingen in ons land. De jongste munten zijn van ca. 850, dus de schat moet kort daarna zijn verborgen.

53.1088889,5.69

Gouden munten als sieraden
vindplaats: Wiewerd (FR), datering: ca. 640
Tijdens de afgraving in 1866 van een terp nabij Wiewerd in het Friese Westergo, vond een arbeider de spreekwoordelijke pot met goud: 39 gouden voorwerpen en een wit schijfje. De goudschat bestaat bijna geheel uit sieraden, waaronder drie ringen, niervormige oorhangers en de voetplaat van een grote gouden fibula (broche), versierd met filigraandraadjes. De vele hangers bevatten munten die tot sieraad zijn omgewerkt. Ze zijn afkomstig uit het Oost-Romeinse Rijk, onder andere van de zesde-eeuwse keizer Justinianus uit Ravenna. De munten wijzen uit dat de goudschat rond 640 in de terp begraven moet zijn.

52.9064184,6.0107631

Haardstenen van rendierjagers
vindplaats: Oldeholtwolde (FR), datering: ca. 9.600 v.Chr.
Deze haard brandde 11.650 jaar geleden voor het laatst. Hij lag in het midden van een kampement van rendierjagers, in de buurt van het huidige Oldeholtwolde. Na de barre kou van de laatste ijstijd waren deze jagers de eerste kolonisten van gebieden als Noord-Nederland, Duitsland, Denemarken en Polen. Het kampement lag op een steile helling, aan de voet van een duin boven de oever van de rivier de Tjonger. De haard werd in een kleine kuil gemaakt van platte zandstenen. Houtskoolresten tonen aan dat onder de haard een vuur van wilgentakken brandde. Die groeiden in het dal. De hete stenen werden gebruikt om vlees of vis op te roosteren.

52.8385396,6.1083027

Geofferd wiel in het veen
vindplaats: Steenwijk-de Eese (OV), datering: 2600 v.Chr.
In Nederland werd het wiel rond 2600 v.Chr. voor het eerst gebruikt. De oudste wielen zijn zwaar en massief en waren waarschijnlijk onderdeel van karren. Samen met het gebruik van de primitieve ploeg, ossen, paarden en de productie van wol en melk, duiden ze op belangrijke technologische veranderingen in het late vierde en derde millennium v. Chr. Ze duiden óók op wegen, vaak aangelegd met rondhout en planken, om natte plekken zoals venen te overbruggen. Dit monumentale wiel (diameter: 92 cm.) laat nog een ander aspect zien. Het is namelijk nooit gebruikt en doelbewust als offer in het veen achtergelaten.

52.95200646621485,6.785224204975511

Hunebed met 400 potten
vindplaats: Drouwen (DR), datering: 3400-2900 v.Chr.
De boeren van de 'Trechterbekercultuur' vormden de eerste agrarische samenleving in Noord-Duitsland, Denemarken, Noord-Polen en Midden- en Noord-Nederland. Ze bouwden grote megalithische grafkamers: de hunebedden. Het verplaatsen en oprichten van de zware stenen en het opwerpen van de aarden heuvel over het hunebed vereiste samenwerking. Gedurende honderden jaren werden tientallen mensen bijgezet, met grafgiften als jachtgerei, sieraden, bijlen, voedsel en aardewerk. In het 15,5 meter lange hunebed van Drouwen (D19) lagen minstens 400 potten. Rondom de hunebedden zijn sporen van uitgebreide ceremoniën en rituelen gevonden.

53.219839595839055,6.569731179653933

Spelen op school
vindplaats: Groningen, datering: 1500-1550
In de binnenstad van Groningen werd in 1993 een beerput van 9 x 4,5 meter opgegraven op de plek waar tot 1550 de Latijnse school had gestaan. Dit was de 'middelbare' school van de stad. Voornamelijk jongens leerden er Latijn schrijven en spreken, maar ook rekenen en muziek. Deze beerput functioneerde als toilet en afvalbak, waarin allerlei spullen van de leerlingen en leraren terecht kwamen. Die tonen dat op school niet alleen werd geleerd, maar ook gegeten, gespeeld en geklierd. Er zijn zakmessen en proppenschieters bij, die opvallend heel zijn, alsof ze in beslag zijn genomen en weggegooid.

53.33218566926672,6.748028012442009

Hoog en droog
vindplaats: Loppersum (GR), datering: 350-450
Al vanaf de late prehistorie leefden mensen in het natte noorden van Nederland op zelfgemaakte heuvels. In Groningen werden die wierden genoemd en in Friesland terpen. Veel van deze heuvels zijn in de negentiende eeuw afgegraven, om de vruchtbare terp-aarde voor de landbouw te gebruiken. De daarbij aangetroffen voorwerpen bestrijken per terp of wierde vaak meer dan duizend jaar. De vondsten uit een wierde in het Groningse Loppersum bijvoorbeeld, bestaan uit generaties aardewerk en sieraden, afkomstig uit de prehistorische ijzertijd tot en met de Middeleeuwen. De grote donkere pot bovenin beeld is een Saksische urn van aardewerk, en werd rond 400 met de hand gemaakt.