Hangertjes in de vorm van gezichtjes zijn door de Phoeniciërs vanaf de 6 de eeuw v. Chr. over het hele Middellandse Zeegebied verspreid. De kralen zijn gemaakt in de zogeheten ‘zandkerntechniek': de gezichtjes zijn met minuscule draadjes en stukjes glas opgebouwd rond een kern. Opvallend zijn de grote ogen, die doen vermoeden dat de kralen amuletten zijn geweest die dienden om het boze oog af te wenden.
5de - 4de eeuw v. Chr.; h. 3 cm.; afkomstig uit het Oostelijk Middellandse Zeegebied of Carthago