Egyptische vrouwen bewaarden hun kostbare zalven en parfums in dit soort fraai gedecoreerde en kleurrijke glazen vaasjes en flesjes. Deze luxeproducten kwamen uit de ateliers van de paleizen. In de palmzuilkoker (midden) zat kohl, een poeder waarmee de ogen werden opgemaakt. De sprekende kleuren zijn gemaakt door mineralen als kobalt toe te voegen aan de grondstoffen van het glas (kwarts, soda en kalk). De flesjes en vaasjes werden in het dagelijks leven gebruikt, maar ook in het graf van een overledene meegegeven. Die kon het dan gebruiken in het hiernamaals.
Egypte, glas, ca. 1400-1300 v.Chr.